Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 50

2 minuten leestijd

30

G. DEN OTTER

ook garanties voor zijn existentiële zekerheid, zoekt hij punten waaraan hij zich kan refereren. Die referenties zetten zijn binnenmenselijke werkelijkheid in een verband met waarneembare omstandigheden, geweten feiten, geloofde dogmata, bonafide veronderstellingen, even zovele waarden en voorwaarden waarop hij zich kan oriënteren als een zeevaarder op de sterren en waaraan hij de bouwstenen die hem zijn wereldbeeld verschaffen, kan ontlenen. Allereerst oriënteert de mens zich aan die referenties, die hem biologische en materiele zekerheid verschaffen, die welke zijn bestaan en voortbestaan garanderen. Voorts ook aan die welke zijn plaats in de gemeenschap bepalen, zijn banden en bindingen met de medemens die het sociologische bestaan garanderen. En tenslotte zoekt hij die welke hem oriënteren omtrent de werkelijkheid der onzichtbare dingen, want hij wil zich bovenal veilig stellen in de werkelijkheid gezien als logos, als samenhang van betekenissen, een werkelijkheid die men in navolging van Heidegger zou kunnen noemen: „Die Einheit des Bedeutungsganzen". De mens is bereid gebleken om juist daarvoor vele biologische, materiele en sociologische garanties en referenties te laten vallen. Hij wil allereerst zijn plaats weten in de werkelijkheid der metafysische totaliteit. Hoe verkrijgt de mens beleefbare, voor hem werkelijkheid inhoudende relaties met referentiepunten buiten hem en hoe herkent hij daarin enige garantie voor zijn existentiële zekerheid? Doordat hij duidend en interpreterend met de werkelijkheid omgaat, doordat hij oordeelt over eventuele punten van referentie; hij kan die overnemen van anderen, hij kan die verwerpen en nieuwe kiezen. ^ ü Hij gaat met de materiële en biologische werkelijkheid om, dat wil zeggen hij doet ervaringen op, hij leeft empirisch en verkrijgt zo een primair wereldbeeld. Wat die empirie daarin bijdraagt is overigens sterk bepaald en beperkt door de locale omstandigheden en mogelijkheden. — De mens leeft in een mensengemeenschap, hij bouwt mee en laat zich richten door normen en zeden; hij heeft een moraal en een ethiek en het beeld dat daaruit opgebouwd wordt, is al van een wijdere strekking omdat het een veel verdere geldigheid heeft. Het word gedeeld met vele anderen en verschaft betrouwbare, slechts langzaam veranderde punten van referentie. — De mens staat ook in een metafysische eenheid; of hij die nu zinvol en doelgericht ofwel chaotisch acht, in elk geval onderhoudt hij er betrekkingen mee. Hij zoekt een plaats in relatie daartoe en vindt daarin zijn her-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 50

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's