Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 128

2 minuten leestijd

METEN EN WETEN IN DE FYSICA*) DOOR

J. B L O K „Wat menen jullie eigenlijk te weten van de werkelijkheid die je zo ijverig bestudeert", dat is in feite de vraag die de organisatoren van deze conferentie ons gesteld hebben. Zonder twijfel een nogal moeilijke vraag, waar menig natuuronderzoeker bij al zijn dagelijkse beslommeringen vaak niet aan toe zal komen. Echter even zeker een legitieme vraag, waaraan geen enkele onderzoeker geheel aan voorbij kan gaan en waarmee hij zeer zeker wel eens geconfronteerd zal worden en niet alleen op conferenties als deze. De fysicus dwingt deze vraag na te gaan wat de betekenis is van theorieën die via modelvorming en met behulp van de meetresultaten worden opgesteld. Hebben deze theorieën en modellen zelf enige waarde of zijn ze alleen hulpmiddelen bij de berekening van bepaalde grootheden? Ik geloof er goed aan te doen deze meer algemene vragen nog even te laten rusten. Liever wil ik eerst proberen met U na te gaan hoe de fysicus bezig is met zijn werk dat zich beweegt van het meten naar het zo begeerde weten. Na deze analyse kunnen we dan, naar ik hoop, enkele opmerkingen van meer algemene aard maken die betrekking hebben op de vragen, die ons op deze conferentie gesteld zijn. Hoe gaat nu de fysicus te werk? Om deze vraag te beantwoorden kunnen we ons het beste verplaatsen in de telkens weer opduikende situatie waarin de fysicus zich geplaatst ziet voor een nieuw veld van onderzoek, voor een nieuw „fysisch aspect van de werkelijkheid". Met „nieuw" is hier bedoeld een nog niet wetenschappelijk onderzocht gebied. Soms is zo'n gebied wel bekend door naïeve ervaring, zoals bijv. de mechanische verschijnselen in de tijd vóór Galileï; soms is het gebied volkomen onbekend zoals het gebied van de atomaire en nucleaire verschijnselen. De fysicus staat dan voor de taak dit onbekende

*) Voordracht, gehouden op de jaarlijkse conferentie van de Chr. Ver. van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland te Amsterdam (14 april 1967).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 128

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's