1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 130
96
J. BLOK
stralen van atoomkernen, vorm van electronenbanen e.d. Wij wensen dus enkele relaties met meetbare grootheden i) ^), deze laatste kunnen dan op grond van de theorie berekend worden en daarna vergeleken worden met experimenteel bepaalde waarden. Daarmee is dan de mogelijkheid geschapen te controleren of het uitgangspunt van de theorie, het model, juist was. Deze controle is een noodzaak waar we niet onderuit kunnen; immers het model waarmee de fysicus start als hij zich op een nieuw gebied begeeft is altijd een probeersel, het model bevat altijd een of meer hypothesen of generalisaties. Wij zullen dus zodra het mogelijk is moeten uitmaken of de start een goede was en hier heeft het meetresultaat de beslissing te brengen. Op weg naar het weten beslist hier het meten. Over deze verificatie nog enkele opmerkingen. Wij kunnen kort zijn over het geval dat de experimentele resultaten in het geheel niet overeenstemmen met de berekende. Kennelijk was het model, dat als uitgangspunt diende, niet juist en moet een ander uitgangspunt gekozen worden. Het andere uiterste is een zeer goede overeenstemming tussen de resultaten van theorie en experiment. De beschrijving beantwoordt dan aan het gestelde doel en de fysicus meent dat de theoretische beschrijving die hier beproefd werd de situatie op het nieuwe veld van onderzoek „klaarder" gemaakt heeft en zodoende durft hij in deze beperkte zin te zeggen dat de theorie, waarmee hij aan het werk is, de verschijnselen „verklaart". Deze „verklaring" acht hij nog meer aanwezig, wanneer het lukt twee theorieën, voortkomend uit aanvankelijk verschillende modellen, samen te brengen tot één theorie voortkomend uit één model. Men kan hierbij als voorbeeld denken aan de beschrijving van electrische en magnetische verschijnselen enerzijds en de theorie van het licht anderzijds; na Maxwell kunnen we dit alles samenvatten in de theorie van de electrodynamica. Een dergelijke samenvattende beschrijving heeft de situatie heel wat „klaarder" gemaakt en aan haar mag dan de aanduiding „verklaring" te zijn niet onthouden worden. Maar tussen de twee uitersten van slechte en zeer goede overeenstemming tussen theorie en experiment ligt een breed gebied waarin van redelijke overeenstemming gesproken kan worden. Men is dan geneigd te zeggen dat er in het uitgangspunt, het model, wel wat zit, maar aan de andere kant moet men met leedwezen constateren dat het toch niet geheel aan zijn doel beantwoordt. Onder deze omstandigheden pleegt de fysicus wat aan zijn model te veranderen; hij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's