Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 151

2 minuten leestijd

RUIMTE EN BEGRENZING IN DE BIOLOGIE

113

of isomorfe structuren. „Intuïtief echter voelt men dat er iets scheefs moet zitten in deze houding. Want als dit waar is, dan moet, wanneer eenmaal de toekenning van structuur is gemaakt, het isomorfisme is begrepen en formeel is gemaakt, en de logische consequenties zijn uitgestippeld, dan moet het model ophouden vruchtbaar te zijn, ophouden een bron van inzicht te zijn. Het wordt steriel, een uitgedroogd fossiel, alleen van belang voor de palaeontoloog van de theorievorming. 'This will not do'." En zijn conclusie is dan, dat het begrip van een model waarde heeft „only if we impute deeper structure to the model than to its interpretation" (o.c, p. 303). Met andere woorden volpens Swanson bevat het model meer dan o

de theorie, en kan telkens opnieuw inspireren, In ons schema kunnen wij dit weergeven door: model > theorie. Over de relatie werkelijkheid - model vinden wij inspiratie in een recent (1966) uitgegeven „Proceedings of a symposium on fundamental biological models", uitgekomen onder H. H. Pattee c.s. als editors en getiteld: „Natural automata and useful simulation" (London, Macmillan). Tevens maken we kennis met een synonieme term voor model, nl. simulation. Deze term doelt op de gelijkenis van het model met de werkelijkheid. Het model is een vereenvoudigde afbeelding van de werkelijkheid, of: de werkeUjkheid is meer dan het model. De relaties kunnen nu in totaal worden voorgesteld door het schema: werkelijkheid > model > theorie. De term model wordt dan gedefinieerd als een geschematizeerde voorstelling van de werkelijkheid, ten dienste van de theorievorming ter verklaring van die werkelijkheid. ,<'-tSKg^'. 6. We nemen de term model dus als voorstelling. Er is wel een spraakgebruik dat men bijv. door elkaar spreekt van evolutietheorie en evolutiemodel, maar in ons spraakgebruik wensen wij de voorstelling te onderscheiden van de theorie. Om dit nader aan te duiden: in ieder kenproces is er een zintuigelijk en een verstandelijk aspect. De begripsvorming geschiedt aan de hand van voorstellingen. Het model ligt dan in de voorstellingssector, de theorie in de verstandssector. Natuurlijk grijpen deze twee aspecten in elkaar, en zullen zij elkaar wederzijds beïnvloeden. Maar dit is hier niet aan de orde. Ook een andere beschouwing kan wellicht helpen om onze opvatting over „model" te verduidelijken. Hiervoor kunnen wij ons laten inspireren door de leer over het teken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 151

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's