1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 173
CONTRA NATURAM
135
schiedenis ook kan deformeren en er niet kwantitatief maar kwalitatief gerekend moet worden. Maar aan de andere kant is er het gevaar, om eigen mening of gevoel te spoedig als „zuiver" te betitelen. En daarom is het noodzakelijk ook kritisch tenig en om zich heen te zien, of er mogelijk reden is zich door anderen te laten corrigeren. Natuurlijk is deze vraag niet eenvoudig, want wie kan de hele geschiedenis van de mensheid overzien? Zeker heeft de homosexuele relatie niet altijd de aversie gewekt, die wij sinds eeuwen in onze Westerse cultuurkring kennen. Volgens D. J. West („Homosexuality", p. 19) vinden we in primitieve gemeenschappen een hele scala van waarderingen: volledige onverschilligheid, geamuseerde tolerantie en institutionele erkenning, maar ook strenge veroordeling. Het oordeel is dus niet eenstemmig en zo zou het ook te ongenuanceerd zijn de genoemde relatie zonder meer „helleens" te noemen. In de Griekse wereld werd ze (zeker in een paedagogische situatie van meester en leerling) geaccepteerd, maar ook heeft Aristofanes er grapjes over gemaakt en Plato sprak (zoals we zagen) op zijn oude dag over tegennatuurlijk. Het getuigenis van de geschiedenis is m.a.w. ook in dit opzicht ambivalent. Het is een zaak op zichzelf deze ambivalentie nader te onderzoeken en te verklaren, maar in elk geval geeft de ervaring uit de geschiedenis o.i. geen aanleiding het spreken over een „tegennatuurlijk element" krachtens een evidentiegevoel na te laten. We komen nu echter tot de andere zijde der zaak. Met opzet spreken we immers over een tegennatuurlijk „element" en niet van een tegennatuurlijke relatie zonder meer, omdat dan o.i. het psychisch aspekt van het verschijnsel der homosexualiteit niet voldoende gehonoreerd wordt. We stelden het zo: in bepaalde gevallen kan de ,,natuurlijke omgang" een tegennatuurlijk karakter dragen in psychische zin en ook deze psychische natuur moet verdisconteerd worden. En deze verwaarlozing van het psychisch aspekt bedoelden we met de opmerking, dat „de verschillende humaniserende faktoren te weinig worden verdisconteerd", wanneer elke homosexuele relatie zonder meer met het argument „contra naturam" wordt afgedaan. Natuurlijk is niet alles, wat wij in de menslijke psyche aantreffen, legitiem en ook de psychische grondstrukturen van de mens zijn overwoekerd door onkruid, zodat niet al het psychische recht op erkenning en ontplooiing bezit. Uit het bovenstaande volgt, dat wij het verlangen naar een gelijkslachtige partner betreuren, maar het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's