Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 72

3 minuten leestijd

50

JOH. BLOK

van de natuurkunde ligt de theorie, dat materie zou zijn samengesteld uit atomen. Deze theorie is weer een sprekend voorbeeld van wat ik in het begin heb gezegd, namelijk dat de mens, die wetenschap gaat beoefenen, geen genoegen neemt met de grote verscheidenheid en de voortdurende verandering, die we in ons milieu waarnemen. De gedachte, dat er in deze verscheidenheid een zekere eenheid zou zijn te brengen door aan te nemen, dat er een beperkt aantal atoomsoorten bestaat en dat het een variatie in ordening of rangschikking van de atomen is, die de waargenomen verscheidenheid veroorzaakt, is al zeer oud en is van Griekse oorsprong. Zij is echter beperkt gebleven tot het rijk van de filosofie. De grote filosofen der oudheid dachten er niet aan om de werkelijkheid experimenteel te gaan onderzoeken, behalve misschien als grapje. Experimenteel onderzoek vereist handwerk en dit is het werk van slaven. Niet de handen, maar de geest van de mens waren nodig om de werkelijkheid te doorgronden. De atoomtheorie, die werd ingevoerd om experimenten te verklaren, was dan ook filosofisch gezien een gebrekkig en onlogisch gedachtenspinsel. Het spreken in termen van atoomtheorie was een kinderlijk gestamel vergeleken met filosofische concepties, toen zij in het begin van de vorige eeuw opgang begon te maken. Fysica en chemie stonden ook nog maar in hun kinderschoenen. Toch had deze gebrekkige theorie een groot succes, omdat zij haar begrippen niet aan de werkelijkheid oplegde, maar ze met veel vallen en opstaan aan de werkelijkheid ontleende. De atomen waren eerst knikkertjes, maar dan heel kleine knikkertjes. Waarom ook niet? Een knikkertje is een deeltje, dat we van jongsaf hebben leren kennen en dat ons daardoor zeer vertrouwd is. Het is geen knikkertje gebleven. Het is in de loop van de tijd door steeds verdere aanpassing aan de experimenten een begrip geworden, dat niet meer te definiƫren is met behulp van bolletjes of welke andere deeltjes ook uit onze dagelijkse macroscopische ervaringswereld. Het kan in de huidige situatie alleen nog met behulp van de wiskunde gedefinieerd worden. Hoe verder het echter van onze huis-, tuin- en keukenwereld af kwam te staan, hoe beter het geschikt werd voor de beschrijving van de materie. Bij het ontstaan van de atoomtheorie was het atoom uiteraard een stabiele eenheid van materie. Het moest immers in de veranderende wereld der verschijnselen de stabiele grondstructuur van de materie leveren. Als het zelf ook weer veranderlijk zou zijn, of samengesteld

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 72

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's