1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 212
166
C. J. DIPPEL
taten van de moderne molekulaire biochemie en neurofysiologie. Ook hier ligt een wezenlijke grens. Met tegenzin gebruik ik daarom het voor velen zq_vanzelfsprekende begrip „natuur" en zal daar dan onder verstaan het^eheel van de^bekende, onbekende en onkenbare wisselwerkingswetmatigheid, waarin we_worjJen^geBoren. Liever zou ik spreken van de creatuurlijke gegevenheden. Maar de gedachte 'aan een_Sch«pper is zelfs in christelijke kringen veelal overwoekerd door naturalisme. Wanneer ik dus over „natuur" spreek, onderscheid ik deze van een groter geheel: „wereldj^ waarin j3ok niet-wetmatigheden en -regelmatigheden een rol spelen. „Wereld" mag ons niet föt „natuur" worden^). —-~ 2.
Methodisch beperkte kennis
De drie voorafgaande voordrachten zullen ons besef versterkt hebben, dat onze kennis methodisch beperkt is. Zelf heb ik destijdss) met nadruk deze beperkingen gebruikt voor een beschrijving van de houding van de christelijk gelovenden in de problematiek van geloof en NW. Het „dissecare naturam", het tellen en meten, het experimenteren, het opstellen van hypothesen en het construeren, via nieuwe begrippen, van theoretische samenhangen met behulp van de wiskundige symbolische transformatie, kortom de NW-lijke methode, heb ik vergeleken met een filtratieproces van onze ervaringen, zodat op het filter een residu overblijft, dat bevrijd is van alle subjectieve elementen, van alle niet voor de common sense verifieerbare factoren en men met recht kan zeggen: dit residu is een beschrijving van objectief methodisch gereduceerde^eryaring, ondanks de enorme uitbreiding van de ervaring door moderne waamemingsmiddelen. Dit residu noemde ik ,j2hysical reality", een methodisch behandelbaar en manipuleerbaar stuk van de natuur, dus kleiner dan de natuur. We kennen de grenzen van onze methoden, niet de grenzen van de natuur. Zelfs als we menen hiernaast een „biologische werkelijkheid" te moeten onderscheiden, dan is het wetenschappelijk zinvol — en voor de gelovende van belang — dat we ons bewust blijven, dat de vereniging van al dergelijke werkelijkheden nog niet een totaalbeschrijving oplevert van de natuur, juist vanwege de bekende begrensdheid van onze waarnemingsmethoden. Wij kunnen bijv. het gedrag van deeltjes statistisch beschrijven, maar niet individueel en zeker niet hun genese en individuele geschiedenis. En zeker niet hun „zijn". De deeltjes zijn „constructies" via op grond van in ervaring geconstateerde eigenschappen. Mens noch dier zou kunnen leven
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's