Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 148

2 minuten leestijd

110

M. JEUKEN S.J.

wetenschappen, het mathematische denken, het aesthetische denken, maar voor ons doel is het voldoende, de aandacht te richten op de drie vermelde hoofdniveaus. Wij tekenen hierbij aan, dat wij ze onderscheiden, wat niet wil zeggen dat ze ook gescheiden zouden zijn. Ieder niveau is autonoom, heeft zijn eigen object, zijn eigen op de voorgrond tredende methodiek en zijn eigen graad en aard van zekerheid. Op het niveau van de natuurwetenschap vormt de verschijningsvorm der dingen, het fenomeen, het object. De inductieve methode treedt op de voorgrond, en de zekerheid is vermengd met veel onzekerheden. Als wij op dit niveau bijv. vragen naar een definitie van leven, krijgen wij een antwoord op de verschijningsvorm van het leven, iets dat groeit, zich beweegt, zich vermenigvuldigt, dat assimileert en dissimileert en stimuli kan geleiden. Hiermee is nog niet gezegd wat leven is, alleen hoe leven zich aan ons voordoet. De zijnsvraag, wat leven is, speelt op het niveau van de wijsbegeerte. Het is een diepere beschouwing der dingen, nooit louter rationeel, omdat wat „zijn" is, wat „existeren" is, allereerst ervaren wordt aan onszelf. Omdat wij zelf „zijn", hebben wij weet van het zijn. Levenszekerheden spelen hier een grote rol. Uitgangspunt van de wijsbegeerte zijn primaire ervaringen, en niet de detailervaringen. Deze laatste, bijv. een pinksterbloem heeft zes meeldraden, vormen het uitgangspunt voor de natuurwetenschap. Primaire ervaringen zijn zijnservaringen, als „ik besta", „ik ben een individuele persoon". Bij de religie is het anders. Men zou de religieuze denk- en leefwijze in het algemeen kunnen karakterizeren als het gevoel voor het heilige, voor dat wat boven ons is, voor het numineuze (Rudolf Otto), een „sense of awe" (Julian Huxley). Neemt men, zoals wij in het Christendom, een Openbaring aan, dan is het uitgangspunt niet een zelf denken, maar een luisteren naar wat God tot ons heil ons wil meedelen, een luisteren dus naar de heilsboodschap. Hierover kan en moet de mens dan gaan nadenken, en dat is een taak vooral van de theoloog. De theologie moet deze Openbaring voor de mensen van de eigen tijd verwoorden en formuleren. Theologie is echter zelf geen Openbaring, maar een vertolking ervan. Over het belang van deze taak der theologie zegt Whitehead in zijn „Adventures of Ideas": „Het getuigenis van de historie en van het gezonde verstand zegt ons, dat systematische formuleringen machtige middelen zijn van benadrukking, van zuivering en van

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 148

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's