Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 135

3 minuten leestijd

METEN EN WETEN IN DE FYSICA

101

lijk dat de uitdrukking wiskundige modellen, voor zulke fysisch vervaagde modellen gebruikt wordt. Toch dacht ik dat dit een verkeerd spraakgebruik is. Immers, van oorsprong is en blijft het model fysisch, hoe omvangrijk ook het wiskundige formularium. Het oorspronkelijk model heeft aan de theorie het hare bijgedragen, het heeft bepaalde kanten naar voren gehaald en andere weggelaten; het oorspronkelijke fysische model is in de theorie ingegaan. Bovendien zal na alle wiskundige bewerkingen het moment van de verficatie moeten komen; en dan zullen we experimenteel te bepalen grootheden nodig hebben. Willen we uitzoeken of de X, Y of Z die in de formules voorkwamen experimenteel te bepalen zijn, dan laat de wiskunde ons in de steek en dan zal de fysica weer in het spel moeten komen, zodat ook in het eindbedrijf blijkt dat deze modellen in wezen fysisch zijn en niet wiskundig. Erkend moet worden dat deze interpretatie in de eindfase bij deze vervaagde modellen wel eens moeilijk kan zijn; men denke aan de strijd over de statistische interpretatie van de golffunctie psi in de quantummechanica. Bij de beschouwingen over analogie-modellen en hun succesvolle toepassing in de fysica komt men niet los van de vraag „wat zit hier achter?". Is de analogie-redenering alleen maar een probeersel, een gok met even grote kansen op succes als op mislukking? De veelvuldige succesvolle toepassing van analogieën is met dit kansspel niet zo goed te rijmen. Ik geloof dan ook veeleer dat de bruikbaarheid van deze merkwaardige analogie-redenering iets te maken heeft met de grondstructuren van deze geschapen werkelijkheid. Grondstructuren die ik niet ken en nooit zal kennen, maar die uiteindelijk wel doorwerken in de verschijnselen die wij kunnen waarnemen. Gaat men uit van een dergelijke grondstructuur, en ik dacht dat dit zonder meer resulteert uit de scheppingsgedachte, dan bevreemdt ons het constateren van analogieën veel minder. Een andere vraag die over fysische modellen in het algemeen naar voren komt is de vraag over de waarde van het model. Is het model alleen maar een illustratie die ons wat te hulp komt? Is het model alleen maar een hulpmiddel bij het opstellen van theorieën dat kan verdwijnen en vergeten wordt als de theorie gerealiseerd is? Het model zou dan het steigerwerk zijn bij het optrekken van het gebouw van de theorie of, om een beeldspraak van Mach te gebruiken, modellen zouden zijn als verwelkte bladeren die afvallen als ze hun

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 135

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's