Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 263

3 minuten leestijd

L. VLIJM

213

komt nog, dat dit onderscheid tussen plaatstrouwen en lopers ook binnen populaties van soorten van belang lijkt te zijn. In vele soorten vindt men, naar mijn gevoel, beide tendensen tesamen: sommige individuen blijven zitten, maar anderen gaan. Keren wij terug tot onze vraag: Bestaat er in levensgemeenschappen een natuurlijk evenwicht. Ik heb de neiging te denken, dat ik U heb laten zien: soms wel, soms niet, maar we weten er nog veel te weinig van. Alleen al de beantwoording van deze vraag kan een levenswerk vormen voor generaties van oecologen, en is daarom thans wellicht wat hoog gegrepen. In dit verband wil ik nog een enkele opmerking maken over het huidige onderzoek in de oecologie in zijn geheel. Dat staat nameUjk zeer in het teken van de productiviteit van levensgemeenschappen. Naar mijn mening vormt ons land een gunstige uitzondering, omdat daar oecologen nog bezig blijven met de problemen waarmee ze bezig waren. Doch in verschillende andere landen kan men alleen maar meer subsidies voor onderzoek krijgen, wanneer dat onderzoek verband houdt met productiviteit. Het vergt dan op zijn minst een inventieve geest om het eigen onderzoek te continueren en tegelijkertijd aannemelijk te maken, dat het eigenlijk in dat onderzoek om productiviteit gaat. Het gaat hierbij, basaal, om de vraag of de oecologie (zowel van planten als van dieren) moet worden een toegepaste wetenschap, in dienst van de mens, dan wel of oecologen gewoon mogen werken aan problemen, waarvan het niet duidelijk is of het voortbestaan van de mensheid er van afhangt. Wanneer er niet oecologen blijven, is mijn antwoord, die, onafhankelijk van het verkrijgen van subsidies, doorgaan met hun verkenningen, is het met de oecologie als wetenschap spoedig gedaan. Dan gaat namelijk de economische aanpak overheersen. Die tendens zit er op het ogenblik, niet alleen in de oecologie, maar ook in andere vakken, al aardig in. Het is de vraag of men er gelukkig mee mag zijn. Tenslotte kom ik tot een laatste opmerking. Die handelt over de critiek van Murdoch, over de deductieve methode. Murdoch veroordeelt in zijn stellingname m.i. niet alleen Hairston c.s., maar brengt openbaar de mentaliteit van dit ogenblik naar voren; alleen het experimenteel-wetenschappelijk onderzoek is natvmrwetenschap. Afgezien van het feit dat het lijkt alsof hiermee de A-wetenschappen tot niet-wetenschappelijk verklaard zijn, waarover discussie mogelijk is, zou ik willen zeggen dat hier een duidelijke tweespalt in biologen zichtbaar wordt. De biologen in het algemeen, en de oecologen in het

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 263

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's