1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 155
RUIMTE EN BEGRENZING IN DE BIOLOGIE
117
Een verklaring volgens één aspect wil dus niet zeggen, dat een ander aspect niet meer volledig aan bod zou kunnen komen. Het teleologisch aspect is bijv. geen vervanging van of belemmering voor het onderzoek naar de causale verklaring. De verklaringsaspecten liggen niet in eikaars verlengde, maar worden eerder gesuperponeerd. 10. Doordat de biologie op het wetenschappelijk denkplan gelegen is, is haar begrenzing ten opzichte van de andere denkniveaus gegeven. Maar door haar bijzondere aard als wetenschap heeft zij een ruimte die in de moderne fysika niet steeds aanwezig is. Het komt mij zelfs voor, dat de biologie een soort „apostolaatsfunctie" kan uitoefenen met betrekking tot de fysika, om ook aan haar een grotere ruimte te geven. Deze functie is zowel negatief als positief: negatief in die zin, dat de biologie er op kan wijzen dat het door vele fysici gemaakte onderscheid tussen „physical reality" en „nature" (cf. het boek van Dippel en De Jong) in feite een bekentenis van armoede is, een gevolg van de oninzichtelijkheid op de lagere organisatiegraad van de materie, zodat men zich slechts tot kwantitatieve aspecten bepaalt. Maar daarom mag men dit onderscheid niet normerend achten voor de natuurwetenschap, hoogstens voor een natuurwetenschap. Vervolgens positief: zou niet vanuit de biologische inspiratie de wenk moeten uitgaan naar de fysika, de kwalitatieve verklaringen weer een ruimere plaats te geven, vooral de causale verklaring? Er is een hiërarchische ordening in organisatiegraad van de materie en parallel hiermee zal er ook een gradatie in inzichtelijkheid zijn. Het komt mij voor dat de mindere kwalitatieve inzichtelijkheid gepaard gaat met een grotere „vlucht" in het kwantitatieve. Dat is niet onjuist, maar dat geeft niet het recht het kwalitatieve aspect a.h.w. principieel uit te sluiten. En deze indruk wordt door menig fysicus gewekt. Op het wetenschappelijk denkplan blijvend, zal onze waardering voor de materie als materie groter worden. We ervaren hier de materie als zelf-actief en dynamisch, niet alleen beperkend, limiterend. Er is een grotere werkelijkheidszin bij de bioloog, doordat hij zich niet tot de abstracte mathematische formulering wil beperken. En dit brengt ons al op een inspirerende werking van de biologie op de wijsbegeerte en op de theologie. Op de wijsbegeerte; wie een synthese zoekt tussen biologie en wijsbegeerte zal zich tot een werkelijkheidswijsbegeerte, die van de „real reality", moeten bekennen, waarin men open staat voor objec-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's