Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 137

2 minuten leestijd

METEN EN WETEN IN DE FYSICA

103

uit voortkwam. Een model ook in die zin dat deze theorie klaar ligt om nieuwe analogie-modellen te leveren; ook met dit theorie-model, kan evenals met de oorspronkelijke modellen gewerkt worden. Bij de gesignaleerde ontwikkeling is het dus veeleer zo, dat terwijl het ene, het oorspronkelijke model zich meer op de achtergrond schuil gaat houden, een ander model, de zich ontwikkelende theorie, de aandacht gaat trekken. Ik meen nu dicht bij d e vragen van deze conferentie gekomen te zijn. Zijn onze modellen en theorieën alleen maar hulpmiddelen om tot meetresultaten te komen? Ik dacht het niet, zij zijn meer en geven iets van de structuur van het onderzochte gebied weer. D a t is het positieve deel van het antwoord. Het negatieve deel heeft betrekking op w a t ons ontsnapt bij het structuur-onderzoek. Daarvan kunnen we rustig zeggen: ons ontsnapt heel veel. Zelfs met de beperking d a t w e alleen het fysische onderzoeken moeten w e constateren dat w e daarvan alleen maar modellen, zeer partiële, modellen van deze fysische aspecten vormen. Met intuïtie en verbeeldingskracht tracht de fysicus iets van d e structuur van het geschapene in zijn modellen en theorieën te vangen. Door nauwgezette vergelijking met de experimentele gegevens tracht hij deze aanvankelijk weinig exacte denkbeelden te verifiëren, zodat uiteindelijk de theorie die ontstaat met enig recht van spreken exact genoemd kan worden. Deze modellen en theorieën kunnen w e nog verbeteren. Wij kunnen trachten ze in onderlinge samenhang te brengen; in wezen ligt echter in deze model-beschrijving d e grens voor ons weten. LITTERATUUR 1. 2. 3. 4. 5. 6. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14.

P. Frank: Int. Ene. of Unified Science 1 no. 7, Chicago 1946 R. Carnap: The logical syntax of language, London 1937 E. H. Hutten: Br. J. for Phil, of Science 4 (1953) 288 P. W. Bridgeman: The logic of modern physics, New York 1927 R. Carnap: Int. Enc. of Unified Science 1 no. 3 R. Carnap: Introduction to Semantics, Cambridge 1946 M. Hesse: Br. J. for Phil, of Science 4 (1953) 212 E. Whittaker: History of the theory of aether and electricity, London 1951 E. J. Dijksterhuis: De mechanisering van het wereldbeeld, Amsterdam 1950 M.Hesse: Br. J. for Phil, of Science 2 (1951) 291 P. Frank: Modern Science and its philosophy, Cambridge 1949 M. Black: Models and metaphores, Cornell University Press 1962 P. Achinstein: Phil, of Science 31 (1946) 328 J. W. Swanson: Br. J. for PhiL of Science (1967) 297 A. M. G. Kuipers: Model en inzicht, Van Gorcum Co, Assen 1959

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 137

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's