1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 165
CONTRA NATURAM
127
Bij natuur en natuurhjk wordt echter ook vaak uitsluitend aan het kwantitatieve gedacht, aan iets dat in ruime mate onder de mensen voorkomt. Zo wordt er in het genoemde rapport van het Gesprekcentrum tegenover hen, die bij homosexualiteit toch van een ,,tegennatuurlijk element" wilden blijven spreken, aangevoerd: „Homosexualiteit is een wijze van — existentieel — mens-zijn, die in alle tijden en in alle culturen voorkomt." (p. 10) Dit laatste is uiteraard (bijna hadden we gezegd „natuurlijk"!) moeilijk te ontkennen, maar het is de vraag of dit de „bedoeling" is. Er zijn heel veel verschijnselen, die in alle tijden en culturen voorkomen, terwijl ze toch als ongewenst, onbehoorlijk of zelfs als onmenselijk moeten worden gekwalificeerd. In de laatste uitdrukking leeft het besef, dat alles wat mensen doen daarom nog niet in overeenstemming met de bedoeling en bestemming van hun mens-zijn is. De mens kan zijn doel missen en dit missen van het doel noemen wij hier „onnatuurlijk", niet in overeenstemming met zijn grondstruktuur. Om alle misverstand te voorkomen zetten wij het adjektief „doelgericht" er uitdrukkelijk bij. Wij gebruiken met andere woorden hier niet een kwantitatief maar een kwalitatief natuurbegrip en in deze gedachtengang kan iets nog wel onnatuurlijk heten, al doet iedereen het, terwijl omgekeerd het natuurlijke door iedereen veronachtzaamd kan worden. Er dreigt inderdaad rondom het begrip natuur een geweldige spraakverwarring en daarom proberen we zo goed mogelijk te formuleren, wat wij er tenminste hier onder verstaan. Het artikel van Janse de Jonge heeft ons aan de vele variaties op dit gebied herinnerd. In de loop van ons betoog kwamen we te spreken niet over de natuur rondom de mens, ook niet over de natuur in de mens (als een afzonderlijke laag bijv. tegenover zijn „vrijheid"), maar over de natuur van de mens. Wij grenzen ons hierbij af tegenover een kwantitatieve opvatting, die natuur met het algemeen gebruikelijke identificeert. In de laatste uitdrukking leeft het besef, dat alles wat mensen doen zegt, dat de mens van nature geneigd is God en zijn naaste te haten. Wel met dit grote verschil, dat door de catechismus dit „natuurlijke" van een negatief voorteken wordt voorzien, terwijl de kwantitatieve visie juist omgekeerd de legitimiteit door het algemeen-voorkomen dreigt te funderen. Door natuur als grondstruktuur te omschrijven komen wij dicht in de buurt van wat ook wel het „wezen" of de „aard en bestemming" van de mens wordt genoemd. Aard en bestemming, dat is wel zo ongeveer wat wij bij ons spreken over natuur op het oog hebben. Alleen: dan weer niet de „aard van de mens" zoals deze in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's