1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 242
oekbespreking Prof dr. W H. Gispen, „Schepping en Paradijs, Verklaring van Genesis 1—3" Kampen, 1966 Uitg J H Kok, 141/2 X 22 cm, blz 212, geb ƒ 15,75 In de serie boeken over het be gm van Genesis neemt Gispen's boek een opvallende plaats m Het is een bijdrage van de hand van een groot kenner van het He breeuws, van de talen en de do cumenten van de omgeving van Israel, en van de literatuur over het begin van Genesis Bijna elke bladzijde geeft blijk van deze deskundigheid, en van een behoefte om door zorgvuldige en nuchtere detailstudie „mooie" op lossingen die meer postulaat dan resultaat zijn, als verzoeking af te wijzen Het IS j ammer dat de behande Img van tekstcritische details en de weergave van of de verwijzing naar talloze andere standpunten geheel vervlochten zijn met het aangeven van Gispen's eigen visie en argumentatie Dat is de leesbaarheid van dit boek, dat kennis van het Hebreeuws en van de klassieke talen veronderstelt, niet ten goede gekomen Een ook typografisch doorgevoerde uit eenstelling van hoofdbetoog en detail verantwoording zou dienstig geweest zijn Het meest opvallend is dat genoemde deskundigheid nu te vinden is m een boek dat kiest voor een historische exegese, dat m z'n motivering van eigen hermeneutisch uitgangspunt met overtuigt, en dat zelfs geen begin geeft van een beantwoording van enkele kwellende hoofdvragen die ons al vele tientallen jaren bezig houden Over de onmacht tot dat laatste is het boek volstrekt eerlijk, maar daarin ook onbevredigend Dit kan blijken uit het volgende ci taat ,,Ik zie geen enkele moge lijkheid bij de huidige stand van zaken om de Bijbelse gegevens
over Adam als de eerste mens m overeenstemming te brengen met de gegevens over de zeer hoge ouderdom van het mensengeslacht Volgens de Bijbelse gegevens is Adam een historische mens ge weest Daarom blijft het voor mij bij ,,non liquet"" (bladz 101) Het procédé waarmee Gispen tot zijn uitleg komt is het volgende Genesis 1—3 is deel van de H S De uitleg wordt bepaald door het standpunt dat men inneemt tegenover de H S , n 1 dat van geloof of ongeloof Het nemen van Gen 1—3 als deel van de ganse Schrift geeft ons norm of maatstaf om er die feiten uit te halen, die ook voor ons moeten vaststaan Het N T is voor ons beslissend Wat door Jezus en de apostelen als historisch wordt aanvaard moet ook door ons worden aangenomen b V de historiciteit van Adam (1 V m Rom 5 e d ) , de schepping m 6 dagen plus een rustdag ( i v m Ex 20 V 8—11) enz Dit houvast aan enkele historische feiten brengt voor Gispen onontkoombaar mee dat hetgeen daarvan geschiedde vóór de mens geschapen was berust op een bijzondere mededeling Gods Het ,,moet" door God zijn geopen laaard, zegt Gispen, en dan va de zm van een ,,mededeling" Op deze wijze spreekt Gispen over Gen 1 als over een historieverhaal, waaruit wij „bijzonderheden over de ware toedracht der zaken" te weten kunnen komen, en waarin ons ,.mededelingen" worden gedaan Het is natuurlijk heilsboodschap, maar m de vorm van „beschrijving" van heilsgeschiedenis Het bovengenoemde houvast aan een stuk historiciteit brengt voor dat deel van de historie dat na de schepping van de mens speelt mee dat er een overlevering gepostuleerd wordt, van Adam tot Abraham, en via het profeetschap van Abraham, een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's