1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 228
182
C. J. DIPPEL
moeten wij de moed opbrengen tot inconsequentie, juist vanwege de onmogehjkheid van een logisch sluitende eigenmachtige synthese. Vergeving en verzoening zijn de overwinning van onze „Konsequenzmacherei", wanneer het gaat om vruchtbaar handelen en levenis). En juist hier, in de vraag naar vruchtbaar handelen, inzonderheid met de door de NW veroverde resultaten in de gereduceerde werkelijkheid, ligt de roeping tot praktische synthese met de gegeven unieke informatie, in messiaans pespectief. God is de Instructor van de mandatarissen der manipulering, omdat de Synthese in God ligt. En zo ligt hier thans het belangrijkste front tussen „geloof en NW" in een profaniserende cultuur: wat doen wij met onze wetenschappelijke kennis, staande in de kennis van de „Menschenfreundlichkeit^ van God en Zijn bestgmming_yan de mens in gemeenschap? De praktische synthese ligt in het christelijk ethos, dat mèt het geloof woont in de trouw Gods.
1. A. Unsold, Der neue Kosmos, Springer 1967, S. 307, 313. 2. Vgl. C. J. Dippel, Geloof en NW., dl. 1, 2de dr. 1966, Boekencentrum, p. 197, 222 e.v. 3. Zie ook voor het volgende C. J. Dippel, a.w. 4. Fr. K. Schumann, Zur Ueberwindung des Sakularismus in der Wissenschaft, Glaube u. Forschung Bnd. 1, 1950, S. 15—38, inzonderheid S. 28. 5. Wilhelm Kamlah, Der Mensch in der Profanitat, Stuttgart 1949. 6. Zie bijv. Günter Altner, Charles Darwin und Ernst Haeckel, Theol. Stud. H. 85. Zurich 1966, 7. Pascual Jordan, Der Naturwissenschaftler vor der religiösen Frage, Stalling Verlag, Oldenbourg 1966, S. 293. Jordan's slordige formulering bedoelt kennelijk hier te zeggen: „Möglichkeiten . . . die . . . gestehen zu verlassen". 8. Opgenomen in „Gibt es Grenzen der Naturforschung?", HerderBücherei Bnd. 253, 1966, S. 138—176. 9. David Hawkins, The language of nature, An' essay in the philosophy of science. Freeman and Comp., San Francisco/London 1964, p. 255. 10. Hiermede wil niet in het minst gesuggereerd zijn, dat theologie iets kan' toevoegen aan de NW, bijv. zo iets als stabiliteitsvoorwaarden voor de „dingen". De NW beperkt zich methodisch tot de ,,eigenschappen", als gegeven en gevonden. Ze is in zich zelf consistent. Voor het „manipuleren" en berekenen heeft de NW het „zijn" der dingen, iets „achter" de „eigenschappen", niet in het minst nodig. Dat is juist het karakteristieke van de NW dat ze zonder dit „achter" in de „physical reality" kan rekenen met de eigenschaprekenen „op" God. Daar waar in wetenschap en techniek het „rekenen met" verwordt tot een „rekenen op", treedt de vertechnisering van leven en samenleven op: het gegevene wordt tot „gever", het middel tot doel, tot toeverlaat en garant. Daarom is er maar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's