1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 282
228
„THE SURVIVAL OF THE FITTEST" EN HET TOEVAL, II
borgen, geven misschien de mogelijkheid om uit deze impasse te geraken". („Behoud van orde", blz. 10 boven). Maar hoe het nu hiermede gesteld zijn moge, het is duidelijk — en Vlijm wijst daarop zeer nadrukkelijk — dat Mayr in zijn beschouwingen een statistisch element invoert en daarbij zelfs nog een stapje verder gaat — of misschien wel een grote stap — dan m.i. strikt nodig was. Immers, een statistiek is niet anders dan een beschrijving van een situatie, een zeer eigensoortige wel is waar, maar toch slechts een beschrijving. Vlijm spreekt dan ook aanvankelijk (blz. 223) van een „aspect" als hij nadrukkelijk Mayr's zinsnede vermeldt „However, this fitness is determined (statistically) by their genetic condition". Maar er is hier meer in het spel dan alleen maar een aspect. Twee malen in het uit Mayr geciteerde komt het woord „probability" voor. De eerste keer in een verband, dat de vraag doet rijzen: maakt Mayr zich nu niet zelf schuldig aan een cirkelredenering als hij zegt „A superior genotype has a greater probability of leaving offspring than has an inferior one"? Wat is het beslissende kenmerk voor „superior"? Zodra men zou antwoorden „groter waarschijnlijkheid voor nakomelingschap" is de cirkelredenering er. En over wat men anders zou moeten antwoorden wordt niet gerept. Maar nog afgezien van de fout van de cirkelredenering komt hier het gevaar van lichtvaardig omgaan met de waarschijnlijkheidsrekening naar voren. Het is de oude kwestie van de waarschijnlijkheden a priori en a posteriori (deze terminologie is, meen ik, wat verouderd, maar de problemen niet). Op grond van de informatie over het verleden te besluiten tot waarschijnlijkheden voor de toekomst is een hachelijke zaak. Men moet onderscheiden tussen gebeurtenissen, die — zo te zeggen — herinnering aan het verleden hebben (d.w.z. er op een of andere manier mee verbonden zijn) en die dat niet hebben. Vele dobbelaars zijn aan de misvattingen hierover failliet gegaan. Het eenvoudige voorbeeld van kruis of munt gooien kan hier veel duidelijk maken. ledere worp heeft hier niets te maken met de voorafgaande, heeft daaraan geen „herinnering" en voor iedere nieuwe worp zijn de kansen op kruis of munt gelijk, nl. i/^. Ook al heeft men reeds 1000 malen achter elkander kruis (of munt) geworpen. Dit strijdt tegen het natuurlijke gevoelen, men betrapt zich telkens weer er op, dat men er niet aan wil. Ik geloof, dat de fout hier in zit, dat men twee dingen verwart. Zou men (van te voren) vragen naar de waarschijnlijkheid in 1001 successieve worpen een serie te verkrijgen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's