1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 111
ONDERZOEK VAN DE RUIMTE
81
grote afstanden buiten de aarde zijn invloed laat merken. Ook de magnetosfeer behoort tot de aarde, en bevat de ijle uitlopers van de aardse dampkring. Tevens is dit het gebied waar het zonnegas in de buitenste regionen van de dampkring binnendringt. De in de magnetosfeer aanwezige deeltjes zijn vrijwel uitsluitend protonen (waterstofkernen) en electronen. De ruimtevoertuigen hebben aangetoond dat de magnetosfeer een druppelvormige ruimte is. In de richting van de zon strekt de magnetosfeer zich ongeveer tot een afstand van tien aardstralen buiten de aarde uit. In de andere richting, van de zon afgekeerd, is de afstand veel groter, tientallen aardstralen. Deze uitgerekte vorm is te danken aan de zonnewind, dit is de gasstroom die onophoudelijk door de corona van de zon wordt uitgestoten. De zonnewind oefent een voortdurende druk uit op de magnetosfeer en vervormt deze tot de langgerekte druppelvorm. De snelheid waarmee de zonnevdnd de magnetosfeer omspoelt is zo groot, dat een schokgolf of boeggolf ontstaat in het interplanetaire plasma, op enige aardstralen buiten de grens van de magnetosfeer; de schokgolf is een laag van vergrote dichtheid die de zonzijde van de magnetosfeer omhult. Onder een plasma wordt in dit verband verstaan een mengsel van geladen deeltjes van verschillend teken, positief geladen ionen en negatieve vrije elektronen. In de magnetosfeer komen allerlei merkwaardige verschijnselen voor, die te danken zijn aan de wisselwerking tussen de zonnewind en het aardse magneetveld dat de banen van de geladen deeltjes sterk beïnvloedt. Zeer grote bekendheid hebben de zogenaamde stralingsgordels of deeltjesringen van Van Allen gekregen. Dit zijn twee ruimten binnen de magnetosfeer die de aarde omringen en waarin zich zeer snelle deeltjes ophouden. De Van Allengordels zijn ontdekt tijdens het Internationale Geofysische Jaar door de eerste kunstmatige satellieten. Het was de bedoeling hiermee de kosmische straling te onderzoeken op grote hoogte boven de aarde. Tijdens de omloop van de eerste amerikaanse kunstmaan, Explorer I, werd geconstateerd dat de telbuizen telkens hun dienst weigerden wanneer de satelliet zich boven de Zuid-Atlantische Oceaan bevond. Terwijl de intensiteit van de kosmische stralen op een hoogte van 300 tot 700 km, waar de satelliet zijn elliptische baan om de aarde doorliep, in het algemeen overeenkwam met de verwachte waarde, zweeg de apparatuur boven Zuid-Amerika en de Zuid-Atlantische Oceaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's