1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 52
34
G. DEN OTTER
tovermiddelen en bezweringen een grote rol speelden in de geneeskunde van Sumer: niet minder dan 60 kleitafeltjes zijn ons bekend, die bedekt zijn met dergelijke incantaties. Ook voor de Sumeriers had ziekte te maken met hogere machten en sommigen ervan worden met name genoemd in een Sumerische hymne, die gewijd is aan de godin Ninisinna, de „grote genezer van de mensen-met-het-zwartehaar", zoals de Sumeriers zich vaak aanduiden (Kramer). Religieus beleven en een daaruit opgebouwd wereldbeeld bepalen het karakter van de vroege (en huidige primitieve) geneeskunde, maar empirische kunde en techniek ontbreken zeker niet. Zij zijn met name aanwezig in de vroege heelkunde die, voortgekomen uit jacht en oorlogen kritisch gewaardeerd werd als nuttig en kunstig handwerk, hoewel zij niet de sociale status van de theurgische geneeskunde vermocht te bereiken. Een ogenblik lijkt dat zo te worden, wanneer wij in de Sushruta Samhita lezen: „alleen een arts die thuis is in de grondslagen van de heelkunde en ervaren in de uitoefening der geneeskunde is capabel om ziekten te genezen, juist zoals alleen een wagen met twee wielen van nut is op het slagveld,,, maar Sushruta, zelf een chirurg die (indien hij althans werkelijk geleefd heeft, hetgeen niet geheel zeker is) een tijdgenoot van Buddha was (ca. 600 jaar v. Chr.) blijft een enkeling en zijn oratio pro domo is tegelijkertijd het hoogtepunt en het einde van de Indische chirurgie. Het beeld gaat duidelijk veranderen in de antieke Griekse geneeskunde. Ook hier is de tempel het uitgangspunt, maar de Asklepios priesters in hun geslachten bedrijven in toenemende mate boven hun sacerdotale bezigheden uit, praktische geneeskunde en pharmacie naast physicotherapeutische en heelkundige technieken en wie het wonderlijke mengsel van religie en empirie wil leren kennen dat in deze tempelgeneeskunde heerste en de verbijsterende wijze waarop het religieuze aspect in spot en satire onderging, leze slechts Aristophanes' Ploetos dat in 38 v. Chr. voor het eerst werd opgevoerd. In diezelfde tijd komt uit de Asklepiadenschool van zijn vaderland Koos, Hippocrates voort (omstreeks 460-377 v. Chr.). De grote loniër zeggen wij, de Vader der Geneeskunde. Waarom? Omdat hij met zijn zonen en leerlingen de geneeskunde opbouwde als een zelfstandige discipline op basis van een rationele ziektebeschouwing, die aansloot bij het werk der eigentijdse natuurphilosofen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's