1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 153
RUIMTE EN BEGRENZING IN DE BIOLOGIE
115
Er is nog een derde idee, dat als specificatie van de idee der dynamiek kan gelden, nl. de historische idee, waarbij de tijdfactor een overheersende rol speelt. Dit geeft, concreet uitgewerkt, als empirisme de evolutie idee. b. Naast de idee der dynamiek vinden wij in het kwalitatieve apriorisme de idee der ruimtelijke ordening, ofwel de idee van de vorm. Dit voert tot de totaliteitsidee, en deze kan men nader specificeren, naar gelang we het individu of de supra-individuele verbanden beschouwen, tot de individualiteitsidee en de socialiteitsidee (een term, die hiervoor bij deze gecreëerd wordt). Als empirisme vinden wij dan de totaliteitsidee nader aangeduid als de organisatie-idee, die allereerst een beschrijving van de ruimtelijke ordening vergt. Ook hier weer natuurlijk de organisatie in het individu, bijv. nadruk op de heterogeniteit der onderdelen, en in de supra-individuele verbanden, bijv. in de oecologie en in de systematiek. Bij de systematiek vinden wij dan een nog verdere specificatie in de typologische idee. In de praktijk vinden wij dat steeds meerdere ideeën tezamen aanwezig zijn en het biologische denken bepalen. Maar het is goed ze te onderscheiden. De onderlinge wisselwerking van deze ideeën geeft dan de gradatie aan van idealistische naar realistische modellen. 8. Zo zullen de cybernetische en de mathematische idee een model meer aan de idealistische kant doen staan. De kwantitatieve aspecten, bijv. in de fysiologie, zullen deze modellen verwant doen zijn aan de modellen in de fysika. De evolutie idee daarentegen beoogt een veel groter contact met de realiteit. Men wil uitdrukken dat in de historie werkelijk het ontstaan van de ene soort uit de andere op een bepaalde wijze heeft plaats gehad, met alle aantekeningen van de onzekerheid die men nog in deze heeft. Bij de typologische idee vinden we een hele verschuiving van de idealistische zijde naar de realistische. Als men bijv. bij de systematiek der Mollusken spreekt van een typische oermollusk, van waaruit men zich de verschillende klassen der Mollusken, als inktvissen, slakken, mossels, afgeleid kan denken, dan hebben wij hier een duidelijk idealistisch model, een Platonisch idee van de oermollusk. In de plantensystematiek wijst de systematicus een concreet exemplaar als type-exemplaar aan, en dit ligt dus aan de realistische zijde. Het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's