1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 221
DE VOLHEID VAN DE WERKELIJKHEID GODS
175
ogen der dienstmaagd zijn op de hand van haar gebiedster. Lees Ps. 16 : 8. En let er op, hoe in Mat. 13 Jezus de woorden van Jes. 6 aanhaalt: de oren van dit volk zijn hardhorend geworden en hun ogen hebben zij toegesloten, opdat zij niet z i e n . . . en met hun hart verstaan .. . Men zou er aan kunnen toevoegen: en zij kunnen zeggen „ich habe es nicht gewuszt". „Contingent" betekent „onvoorzien", „wonderbaar". Al Gods werken, niet één uitgezonderd, zijn wonderbaar. Niets gebeurt bij geval. Wanneer wij in het geloof het waarnemen (en dus ook het steeds als nieuw lezen van de bijbelverhalen) verwaarlozen, wennen we aan het generaliserende en leren we de verwondering, de dankbaarheid en het geloof af. En ook de schrik over het uitblijven van genade. In de eerbied voor het continrente ligt een diepe verwantschap ' tussen geloof en NW. De NW is groot geworden door re-search. Terecht schrijftTïavïd Hawkins^): „From the viewpoint of the physicist the order of nature falls into two great categories, the order of dynamical law and the order of contingent fact, of boundary conditions. Laws in the abstract do not describe nature except incompletely". Hij verwijst naar de bekende these van Laplace: geef mij de kennis van de dynamische wetten van Newton plus de contingente gegevens van plaats en snelheid van alle deeltjes op één moment en ik zal de constellaties van verleden en toekomst vaststellen... met de populair geworden gevolgtrekking daaruit: de hypothese „God" is niet nodig. Hawkins wijst er op, hoe de moderne ontwikkeling van de NW deze demon van Laplace tot een volstrekt obsolete figuur heeft gemaakt. Want hij zal dank zij de relativiteitstheorie zijn contingente informatie te laat ontvangen, dank zij de quantenmechanica zal de informatie te versmeerd en onvolledig zijn en dank zij de thermodynamica zal de demon smelten in de opgenomen informatie-energie. Van voorspellingen zal niets terecht komen. De theologen zullen wat voorzichtiger moeten zijn in het citeren van Laplace, wat sinds Bonhoeffer en de „god-is-dood"-theorie nogal gebruikelijk is geworden: de hypothese „God" is niet nodig. De fysicus vult thans zelf de contingente grensvoorwaarden in de formules in, afhankelijk van de doeleinden van zijn experimenten of berekeningen. Maar als het nu gaat om de totaliteit, over de gehele duur in de sfeer van de „dingen", van leven en van de mens — wie vult dan de contingente randvoorwaarden in? De fysicus zal geen antwoord geven, — hij blijft zoeken naar noodzakelijkheden. De na-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's