Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 171

3 minuten leestijd

CONTRA NATURAM

133

lang. Wij noemden reeds als voorbeeld, dat men bij de kwestie „gezond of ziek?" ten diepste niet anders dan van de evidentie kan uitgaan en wij menen, dat ook de medische wetenschap dit voortdurend doet en dat een medicus, die dit niet erkent, bezig is de tak niet slechts van zijn wetenschap maar ook van zijn broodwinning door te zagen. Liever echter dan op deze dreigende toon verder te gaan, willen wij onze algemene beschouwingen nog eens nader op het verschijnsel van de homosexualiteit betrekken. Bij de homosexualiteit hebben we onderscheid gemaakt tussen de lichamelijke en de psychische struktuur van de mens en betoogd, dat er een „tegennatuurlijk element" in de homosexuele relatie zit vanuit het lichamelijk aspekt. In „De homosexuele naaste" zeiden we dit op grond van Paulus' woorden, in het rapport van het Gesprakcentrum met beroep op de „natuurlijke evidentie". Omdat wij dit laatste begrip thans nader hebben uitgewerkt en geëxpliceerd, willen wij nu de relatie tussen het beroep op de Bijbel en op de evidentie nader onder de ogen zien. Bij ons spreken over het „tegennatuurlijk" element denken wij dus aan een continue doelgerichte grondstruktuur, volgens welke het mannelijk en het vrouwelijk lichaam op elkander zijn gericht. Om misverstand uit te sluiten merken we nog op, dat wij in dit geval bij „doelgericht" niet alleen aan de procreatie denken maar primair aan de lichamelijke mogelijkheid tot liefdesexpressie in de polariteit van het mannelijk en vrouwelijk geslacht. Volgens onze mening leert de „natuurlijke evidentie" dit, maar de vraag kan worden gesteld, of wij dan deze evidentie wel voldoende kritisch hanteren volgens de maatstaven, die wijzelf hierboven hebben genoemd. Als eerste maatstaf hebben wij de bijbelse openbaring genoemd en hierin wordt ons probleem tenminste wat de woorden betreft aangesneden, wanneer Paulus in Romeinen 1 spreekt over het „tegen nature". Met opzet zeggen we ,,wat de woorden betreft", want ook bij dit bijbelgedeelte moeten we ons afvragen, wat de juiste exegese is en in hoever de Bijbel hier ook voor ons normatief bedoelt te spreken. Op de hele contekst van Paulus' woorden zijn we in „De homosexuele naaste" meer uitvoerig ingegaan, maar hier willen we ons tot zijn kwalificatie „tegennatuurlijk" beperken. We zeiden reeds, dat hij hier kennelijk denkt aan het lichamelijk aspekt van de door hem bedoelde relatie en we hebben vroeger trachten aan te tonen, dat deze niet zonder meer met elke homosexuele relatie te identificeren is. Afgedacht hiervan moet er echter ook hier onderscheiden worden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 171

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's