Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 219

2 minuten leestijd

DE VOLHEID VAN DE WERKELIJKHEID GODS

173

joodse denker Leo Baeck in 1947 op een Eranos-Tagung gesproken over: Individuum ineffabileS). „In unserer Welt ist Individualitat die Gegebenheit, ja die einzige Gegebenheit... Alles, was existiert, ist daher in dieser seiner Existenzform, dieser seiner Individualitat bestimmt... Es kann mit anderen verglichen werden, mit anderen durch Logik und Sprache in einen höheren Begriff, in einen Gattungsbegriff hineingestellt werden, aber es kann in dem, was es selber ist, nicht durch anderes erklart sein. Es kann nicht definiert, sondem nur konstatiert werden. Es ist da; so wie es ist, ist es da: individuum est ineffabile . . . Alles, was lebt, ist Kreatur; es kann seinen Ursprung nur in einem Schöpferischen, einem Schöpfungsakt haben. Oder wie ein Satz des Talmud dies ausdrückt: „Der Mensch pragt mit einem und demselben Pragstock die vielen gleichen Münzen; Gottes, des Einen, Schöpfung ist es, dasz jede seiner Münzen, jedes seiner Geschöpfe von einem eigenen, immer wieder von einem neuen und besonderen Pragstock hervorkommt". Was geschaffen wird und nur das, ist Einmaliges". Hier ligt een der kernpunten van de problematiek „geloof en NW": het „Einmalige" tegenover uitspraken van de wetenschap op grond van zich herhalende en herhaalbare verschijnselen. In mijn bijdragen tot het boek „Geloof en NW" dl. 1 heb ik getracht hier wat meer van te zeggen door enige nieuwe begrippen in te voeren in de discussie. 5a. Het contingente in Gods werkzaamheid, gezien vanuit menselijke vxmrneming Ik noem een toedracht „contingent", wanneer deze niet uit een rationele grond als noodzakelijk is af te leiden in haar zó-zijn, dus wanneer wij geconfronteerd worden met een wezenlijke vrijheid van het zó-zijn, beoordeeld vanuit het geheel van onze menselijke rationaliteit. (Contingere, intrans.gebr. ^ „overkomen, te beurt vallen"). Van theologische zijde is verzet aangetekend tegenover mijn veelvuldig gebruik van dit vreemde woord en men wijst dan op ons kennnen van Gods liefde en welbehagen. Het gebruik van het woord berust mijnerzijds in de context van de problematiek,,geloof en NW"op een positiekeuze: geen rationele noodzakelijkheid, geen willekeur, geen toeval, maar óf „onvoorzien", „wonderlijk", „het valt ons zo toe vanuit Gods hand", óf uitgangspunt voor de bundeling van ervaringen tot het samenvatten in een algemeen begrip, een voorlopig herkende regel-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 219

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's