1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 253
L. VLIJM
203
tredende figuren. Hij zoekt zich een andere. Hij wil de fundamentele zaken van een levensgemeenschap als geheel trachten te onderkennen. Hoe werkt zo'n gemeenschap? Is er, vanuit een bepaalde situatie, een ontwikkeling naar een climax en dan een catastrophe, of kan er ook sprake zijn van een anastrophe? Deze onderzoeker kijkt anders. Zijn generalisaties liggen op een ander vlak. Tussen deze beide groepen van onderzoekers zijn bergen misverstanden mogelijk. Een daarvan willen wij trachten iets nader te belichten. Een van de eindvragen in de oecologie is de vraag naar het al of niet aanwezig zijn van natuurlijke evenwichten. Daarover is, op het niveau van populaties, lange jaren een intensief gesprek gaande geweest, n.l. over de vraag of de aantallen dieren van een bepaalde soort in het algemeen constant zijn, waarbij inwendige factoren binnen de populatie van groot belang zijn (Nicholson), dan wel of het niet-constant zijn van deze aantallen vooral de aandacht trekt, waarbij uitwendige factoren als b.v. klimaatsfactoren een grote rol zouden spelen. Het is niet mijn bedoeling speciaal op dit probleem in te gaan, omdat hierover méér is opgemerkt dan ik binnen het bestek van dit verhaal zou kunnen behandelen en omdat hierover nauwelijks iets nieuws te zeggen zou zijn. Nog betrekkelijk kort geleden is door Bakker (1964) een overzicht geschreven, dat ik in belangrijke mate zou moeten exploiteren, omdat ik het hoog waardeer. Nu en dan echter zal ik, zijdelings, toch een enkele opmerking hierover moeten maken, waarbij ik met name te maken zal krijgen met de door Bakker geschetste achtergronden. Ik zou n.l. met U willen denken over de vraag van het al dan niet bestaande „natuurlijk evenwicht". Hierover heeft onlangs een paar artikelen het licht gezien, die een critiek, en het antwoord daarop, bevatten op een artikel van Hairston, Smith en Slobodkin van 1960. Hairston c.s. hebben de omvangrijke taak op zich genomen om een algemene kenschets te geven van de functionele opbouw van een levensgemeenschap. De functionele opbouw van levensgemeenschappen is reeds lang geleden in de literatuur ingedrongen: zelfs in leerboeken van middelbare scholen kan men die indeling aantreffen. De indeling berust op voedselniveaus. Men kan allereerst in elke levensgemeenschap planten aantreffen, die in dit geval producenten worden genoemd. In het bedrijf van een levensgemeenschap zijn het de organismen die, uit kooldioxyde en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's