Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 161

3 minuten leestijd

CONTRA NATURAM

123

sexuele mensen niet in overeenstemming zijn met hun lichamelijke gegevenheden en dit werd door mij een disharmonie tussen hun psychische en lichamelijke struktuur genoemd. Men mag op de eenheid van de mens, de eenheid van lichaam en ziel, niet de nadruk leggen ten koste van o.a. empirische gegevens. En een dergelijk empirisch gegeven vind ik in het feit, dat het verlangen van een homosexueel mens niet naar de andere sexe uitgaat, terwijl zijn lichamelijkheid wel op deze polariteit van het „andere" is ingericht. Deze discrepantie had ik op het oog bij de terminologie van disharmonie tussen een lichamelijke en psychische struktuur. Het betoog verliep dan verder als volgt. Homosexueel verkeer draagt op z'n minst lichamelijk gesproken een tegennatuurlijk karakter. Hiermee is echter niet alles gezegd. In bepaalde gevallen kan de „natuurlijke omgang" een tegennatuurlijk karakter dragen in psychische zin en ook deze psychische natuur moet verdisconteerd worden. Op z'n best is het resultaat niet meer dan een compromis, maar de naastenliefde vordert ook niet altijd de lichamelijke boven de psychische struktuur te doen prevaleren. Daarom luidt de conclusie, dat in het licht van het liefdegebod voor de homosexuele mens ascese niet de enig verantwoorde levenshouding is te achten. Hiermee is elke homosexuele relatie niet als „tegennatuurlijk" gekarakteriseerd, al blijft het „tegennatuurlijke element" daarin erkend. Omdat ik als protestants theoloog mocht meewerken aan een rapport, dat het Nederlands Gesprek Centrum in 1965 onder de titel ,,Homosexualiteit" publiceerde, wil ik in dit verband deze publicatie even noemen. Dit rapport noemt het „de vermelding waard, dat, terwijl de protestantse theoloog in de commissie er (nl. in de homosexuele relatie) een „tegennatuurlijk element" in bleef zien, dit door de theoloog van rooms-katholieke huize in de commissie niet werd onderschreven" (p. 9). Bij de eerste mening werd een beroep gedaan op de „natuurlijke evidentie", een beroep dat in het artikel van „De homosexuele naaste" wel meespeelde, maar niet aldus expliciet werd geformuleerd. Hiermee werd in dit verband de evidentie bedoeld „dat het lichaam van de man en van de vrouw voor elkaar bestemd zijn". Er wordt hierbij gedacht „aan strukturen van het menselijk lichaam, die niet aan verandering onderhevig zijn". Dit leidt dan tot deze gevolgtrekking: „Ook al brengen homosexuelen elkaar in een vriendschap tot ontplooiing, er blijft in zekere zin schade door afwijking van de evident bedoelde relatie, wat niet uitsluit, dat deze schade in bepaalde gevallen „genomen" dient te worden om een an-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 161

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's