1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 113
ONDERZOEK VAN DE RUIMTE
83
weken tussen de aarde en de andere leden van het zonnestelsel zou ondernemen, een aantal van dergelijke uitbarstingen kunnen meemaken en daarbij door honderden rem straling kunnen worden getroffen. Ruimtevaart van langere duur buiten de magnetosfeer zou dus bij voorkeur tijdens een zonnevlekkenminimum moeten worden uitgeoefend. De magnetosfeer, die enerzijds het reservoir vormt voor de energierijke deeltjes in de Van Allengordels, beschermt ons anderzijds tegen de schadelijke werking van de vlagen zonnegas die tijdens onrustige situaties zo nu en dan door de zon in de wereldruimte worden geslingerd. De hoofdmassa van deze zonnedeeltjes die de aarde zouden kunnen treffen, wordt door de krachten van het aardmagneetveld afgebogen en kan de aarde niet of slechts in de poolgebieden bereiken (bovendien absorbeert de dampkring verreweg het grootste deel van de op ons af komende straling, zowel de electromagnetische als de corpusculaire; zonder de atmosfeer zou het leven op aarde zoals wij dat nu kennen, onmogelijk zijn). Maan en planeten Wanneer wij verder denken aan het recente ruimteonderzoek buiten de naaste omgeving van de aarde, dan moet in de eerste plaats het maanonderzoek worden genoemd, dat heeft geleid tot een serie schitterende foto's van het maanoppervlak, genomen door de maansatellieten van het type Ranger. Het is uit dit fotografisch onderzoek duidelijk geworden dat de maankraters althans voor een deel moeten worden toegeschreven aan de inslag van meteorieten en asteroïden. De zeeën (maria), als opvallend donkere vlekken met het blote oog zichtbaar, zijn lavavelden die hier en daar de kraters hebben overspoeld. De lavavelden zijn opgebouwd uit gestolde stromen van tientallen of honderden kilometers lengte en enkele tientallen meters dikte; men schrijft ze toe aan de inslag van grote meteorieten waarbij vulkanisme werd geïnduceerd. Recente zachte landingen hebben aangetoond dat, althans op de tot dusver gebruikte landingsplaatsen, geen stof of fijn gruis in belangrijke mate aanwezig is; de bodem maakt de indruk van te bestaan uit een niet al te harde, misschien puimsteenachtige substantie. De Russische maanraket Luna XIII heeft na een zachte landing de hardheid van de bodem onderzocht door een staaf met een bepaalde kracht daarin te drijven. Uit de indringingsdiepte, die enkele decimeters bedroeg, werd geconcludeerd dat de bodem op de landingsplaats tamelijk zacht werd. Een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's