Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 166

3 minuten leestijd

128

S. J. RIDDERBOS

feite vaak is, maar zoals hij door de bestemming van de mens wordt verondersteld of geëist. Is het bij zo grote keus dan niet beter schoon schip te maken en het spreken over natuur eenvoudig in de ban te doen? Als het zo eenvoudig kon, waarschijnlijk wel, maar wij kunnen de historie ook van woorden nu eenmaal niet terugdraaien of stopzetten. Daarbij komt, dat die geschiedenis der woorden er ook niet voor niets is geweest en dat elke woordopvatting ook weer haar eigen recht heeft. M.a.w.: in elke opvatting „zit wel iets in". Zo is het m.i. ook zinvol in de hierboven nader omschreven zin over de „natuur van de mens" te blijven spreken. In de eerste plaats, omdat we het dan ook over een realiteit hebben, die naar mijn mening niet te loochenen is. En verder: omdat we dan het probleemcomplex menen te benaderen, dat door de woorden „contra naturam" kort, al te kort, is samengevat. Als op deze wijze bijv. de homosexualiteit veroordeeld wordt, denkt men in de richting van wat wij een „continue doelgerichte grondstruktuur" noemen. Wij zullen nog nader uitwerken, waarom wij deze veroordeling niet afdoende vinden. Maar wij willen dit niet doen door het bestaan en de wettigheid van een dergelijke „grondstruktuur" te ontkennen. Hoe is deze grondstruktuur echter te ontdekken? De mens, die we tegenkomen, ontmoeten we in een bepaald stadium van cultuur en/of wancultuur, waarvan hijzelf de drager èn het produkt is. Volgens onze redenering is deze cultuur en wancultuur gebonden aan bepaalde gegevenheden, die we in het algemeen natuur noemen, maar in dit groter geheel concentreren we ons thans op de natuur van de mens. En het is nu de vraag, hoe we deze natuur op het spoor kunnen komen. Ons antwoord is tweeledig: door evidentie en ervaring. Van deze twee begrippen is het laatste het gemakkelijkst te hanteren en nog het minst gevaarlijk. Door ervaring kan de mens leren, dat bepaalde dingen „gaan" en andere weer niet. Natuurlijk moet men ook tegenover deze ervaring uiterst kritisch blijven, want de ervaring vergist zich dagelijks en een latere ervaring kan leren, dat iets bij nader inzien toch wel gaat of kan. Er zijn echter ook elementaire feiten, waarvoor één ervaring afdoende is. Ik weet niet, of er ooit een mens is geweest, die meende dat het zonder hart ook wel zou gaan. Maar als deze voorloper van het beeld van Zadkine het geprobeerd heeft, dan heeft hij (of liever de familie) aan deze éne ervaring genoeg gehad, precies als het mannetje, niet goed wijs, dat z'n huisje bouwde op het ijs: het gaat eenvoudig niet! Het wordt al wat moeilijker bij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 166

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's