1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 284
230
„THE SURVIVAL OF THE FITTEST" EN HET TOEVAL, II
de schepping van een nieuwe, zou een dusdanig kleine kans bezitten, dat zijn realisering onvoorstelbaar lijkt. Maar de paleontologische feiten dwingen ons telkens weer, dit probleem mathematisch onder de ogen te zien en er een mathematische oplossng voor te zoeken". Via Freudenthal zijn we terecht gekomen bij het zo belangrijke verschijnsel van „mutaties", dat Vlijm ook in zijn beschouwingen betrekt. Bij die beschouwingen zou ik, met alle voorzichtigheid, twee opmerkingen willen maken. Ten eerste. Ik krijg uit zijn woorden de indruk dat hij spreekt over zeer recente ontwikkelingen t.o.v. het optreden van mutaties, die misschien in 1963, toen de wiskundige Freudenthal zijn voordracht hield, in ruimere kring dan die van de vakgenetici nog niet algemeen bekendheid hadden verworven. Ik denk aan de uitspraak (blz. 224) „Aan de andere kant staat voor veel mutanten de frequentie in hun optreden vast". Die frequenties kunnen door uitwendige omstandigheden gewijzigd worden, maar niet de mutanten zelf. Dat lijkt me een zeer belangrijk resultaat, maar nu volgt (blz. 225) het voor mij raadselachtige zinnetje „Het „toevallig" optreden van een mutant is ook hier een gebeurtenis onder invloed van statistische wetmatigheden" (cursivering van mij). Dat „onder invloed van" is dat al dan niet gelijkwaardig met „veroorzaakt door" en wat zijn „statistische wetmatigheden"? Zou niet beter gezegd kunnen zijn „een gebeurtenis, waarvoor, statistisch gezien, zekere regels gelden"? Dan zou duidelijker uitkomen dat er over causaliteit nog niets beweerd is. Er zou over het begrip ,,toeval" nog heel wat te zeggen zijn. Geen wonder. In een „rondblik" in de vorige jaargang (blz. 42) „ „Toeval" en „toevallig" ' maakte ik attent op een studie door Dr. P. H. van Laer en Dr. J. Dankmeijer, de eerste bijzonder hoogleraar aan de R.U. te Leiden, de tweede buitengewoon hoogleraar aldaar. De eerste in de Thomistische wijsbegeerte (vanwege de Sint-Radboudstichting), de tweede in anatomie en embryologie. De eerste heeft ook natuurkunde gestudeerd, de tweede staat zeker dicht bij de biologie. De volledige titel van de in het Alg. Ned. Tijdschrift voor Wijsbegeerte en Psychologie, december 1965, verschenen verhandeling luidt: „Betekenis van de termen „toeval' en „toevallig" (in het bijzonder in de biologische wetenschappen)". Die ondertitel (...) wordt aan het slot aldus geadstrueerd: „Ook schrijvers over biologische evolutie werken soms wel wat al te gemakkelijk met een „verklaring door het toeval", waarbij het woord „toeval" dan de betekenis schijnt te hebben van een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's