Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 51

2 minuten leestijd

WETENSCHAP EN WERKELIJKHEID

31

komst, zijn bestand en zijn toekomst. Deze laatstgenoemde referenties, die in wezen allen religieus van karakter zijn, verschaffen hem een wereldbeeld met een eeuwigheidswaarde, een zekerheid die door geen empirie en door geen sociologische geborgenheid verschaft kan worden. Religie en ethiek samen met de empirie hebben de mens van oudsher een existentiële zekerheid gegeven. Zij hebben zijn wereldbeeld bepaald, zij hebben de werkelijkheid beleefbaar doen zijn. De behoefte aan een beleefbare werkelijkheid ontstaat zodra de mens zich voor het eerst bewust wordt. Hij wil dan zijn plaats in de eenheid der dingen zeker gesteld zien. Als zodanig niet herkende projecties vanuit de binnenmenselijke werkelijkheid verschaften in eerste instantie een antropomorfe goden-, demonen- en heiligenwereld. Van daaruit ontstond, misschien pas veel later, het besef van goed en kwaad dat meestal in die goden- en demonenwereld gepersonifieerd en gecodeerd werd, maar dat zich in de tussenmenselijke orde kon kristalliseren tot een ethiek en een moraal die al heel vroeg van hoge waarde kunnen zijn. Urukagina, de koning van Lagash was er vier en twintig eeuwen vóór Chr. al trots op dat hij vrijheid en recht aan zijn medeburgers had teruggegeven en dat weduwen en wezen in hem hun beschermer gevonden hadden. Toen Christus vanuit de buitenmenselijke realiteit aan de existentie van de mens garanties gaf met een openbaringskarakter veranderde weliswaar voor een groot deel van de mensheid inhoud en vorm van de beleefde werkelijkheid en van het wereldbeeld, maar het wezen ervan werd niet anders. Het bleef primair bepaald door religie ( „ . . . . dit is het eerste en grote gebod . . . .") en een daaraan nauw gekoppelde ethiek ( „ . . . . doch het tweede daaraan gelijk . . . . " ) . Waar de empirie aanvankelijk slechts weinig universele of althans voor grote groepen geldende referentiepunten opleverde, is daarin een sterke verandering gekomen toen naast en in plaats van de empirie de wetenschap zich ontwikkelde tot op een niveau waarop zij de materiële en biologische omstandigheden ging beheersen, de gemeenschap der mensen in bepaalde vormen dwong en de omvang ervan als in een explosie deed toenemen, die Einheit des Bedeutungsganzen in gedetailleerde feitelijkheden begon te analyseren en zodoende zich ging inlaten met alle bronnen waaruit de mens zijn wereldbeeld opbouwde. Het wordt bovendien steeds duidelijker dat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's

1967 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 51

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1967

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 294 Pagina's