1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 289
C. J. DIPPEL
233
ons privé-leven oefent in de Hbertijnse sfeer van het „waarom niet?, vroeger een zedeHjke vraag, thans een antwoord. Waarom zou men dan in de maatschappehjke structuren plotseling komen tot vaststellen van een zedelijke code en van normen? Men kan dit ook omgekeerd zeggen: maatschappelijk geldt bij ons een libertijnse opvatting inzake „private enterprise" — ieder wordt geoefend om zijn verplichtingen af te wentelen op weerlozen — waarom zouden we dan ook privé niet libertijns gaan leven? Nu wil ik stellen, dat in de sfeer van NW en techniek desondanks een zeer gedisciplineerd ethos leeft, immanent, niet afgeleid uit ethische postulaten, gegroeid in het werk. Ik gebruik dit vaak voor de beschrijving van de immanente drijfveren van de „techniek" in embryonale staat en spreek dan van het „immanent ethos van de techniek", maar thans geldt het ook voor het werk in het huwelijk van techniek en NW. •^) Ik noem: de permanente strijd tegen de materiële ellende van de mens in een onbarmhartig gesloten natuur; de permanente strijd om openlegging van goedkope energiebronnen, die de mens met zijn armzalig fysiek motortje van 0,1 paardekracht en een prestatie van maximaal 1 Pk—uur ( = 0,7 KW-uur) in de arbeid toegemoet komen; het zoeken naar werktuigen die met volmaakte doeltreffendheid het gestelde doel helpen verwerkelijken, want de techniek is uit op het verwerkelijken, echter een verwerkelijken van dingen, producten, processen en mogelijkheden, die niet in de natuur zó voorkomen; deze verwerkelijkingsdrift speelt zich af in een scherp besef van de grenzen die de materiewetmatigheden stellen, de onderzoeker lééft als het ware met die grenzen; hij bestrijdt de verspilling in energie en materie, vecht tegen overbodigheid en streeft naar bedrijfszekerheid; steeds zoekt hij door rationele voorbereiding van de arbeid de eigenlijke productie-moeite tot een minimum te beperken; en door dit alles tracht hij de arbeid te verminderen, hij streeft naar rust en tijd om te leven en samen te leven omdat er zo veel dingen te doen zijn in de niet-technische sfeer. De techniek is gericht op de arbeid, die steeds herhaald moet worden, ze is antwoord op een te generaliseren probleem en daardoor is ze zich bewust dat de cultuur het doel van haar doeltreffende arbeid stelt. ledere cultuur heeft de techniek, die bij haar past. Dank zij dit immanent technisch ethos bereiken we een enorme vereenvoudiging en versnelling van de agrarische arbeid, een verhoging van de productie van goederen, een verhoging van de vrije tijd (langere leerphcht, vroegere pensionering, kortere arbeidsduur,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's