Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 81

2 minuten leestijd

J. BLOK

57

En het onder-woorden-brengen hangt weer nauw samen met het inpassen in het schema waarmee de onderzoeker werkt en waarmee hij ordent (205; 211). Wij zien dus dat verschillende aspekten van Loens omschrijving van de gnostische waarheid hier weer optreden; er kan wat uitgesproken worden, blijkbaar is er uitspreekbaarheid, hieraan kan men deelhebben, ook hier is sprake van invoegen in een kader, ook hier hangt werkelijkheid samen met invoegbaarheid (vgl. invoegingskader bij Loen en „physical reality" bij Dippel). Ook bij Ubbink krijgt het dynamische karakter van de natuurwetenschap (de natuurkunde op weg) een sterk aksent. Opmerkelijk is, dat in de omschrijving van waarheid volgens Ubbink het richting geven aan het handelen bij onderzoek, maar ook in de praktijk, een afzonderlijke vermelding ki-ijgt als een wezenlijke trek van waarheid. Deze konsekwentie van het uitgangspunt „de waarheid is één" vonden we al bij Loen, nu verder uitgewerkt bij Ubbink, terwijl het slothoofdstuk van Dippel zich vooral met „het handelen" zal bezig houden. De mens en zijn werkelijkheid Zoals al opgemerkt werd, valt bij Ubbink een zwaar aksent op de subjektieve zijde van de waarheid. Vandaar, dat hij uitvoerig ingaat op de positie van de mens ten opzichte van zijn werkelijkheid (218 e.v.). Met name gaat het over de begrenzing van het „gezichtsveld" van de onderzoeker. Allereerst zijn er de verschijnselen, die hij nog niet ziet, maar waarvan hij hoopt, dat ze bij later onderzoek wel gezien zullen worden; dit is de periferie van het gezichtsveld. Maar eveneens valt buiten zijn gezichtsveld, dat wat een rol speelt bij zijn eigen onderzoekingsaktiviteit. Hij zelf als waarnemer blijft buiten het schema, dat hij ontwerpt om de verschijnselen te begrijpen. Hij kan niet tegelijk subjekt en objekt zijn. Zijn gezichtsveld vertoont een „blinde vlek". De natimrkunde laat de mens buiten beschouwing, ze is duidelijk onaf; in de beschouwing van Loen zou dit met „onafgeslotenheid" gekarakteriseerd worden. Vandaar, dat Ubbink ten strijde trekt tegen hen, die konsepties van de werkelijkheid opbouwen, uitgaande van het strenge determinisme van de klassieke fysika, waarbij aan de dingen een van het waarnemende subjekt onafhankelijke „reale Existenz" toegekend wordt (Einstein; 215; 218). Konsekwent geredeneerd, is er in deze deterministische opvatting geen plaats meer voor een persoonlijk God, maar evenmin voor menselijk ingrijpen, dat oorzaak kan zijn van gebeurtenissen. Vaak wordt de eerste gevolgtrekking aanvaard terwijl de tweede genegeerd wordt (Einstein).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 81

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's