Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 182

2 minuten leestijd

142

GEDRAGSONDERZOEK AAN DIEREN

de evolutie is ontstaan. Hoewel de mens vele voor hem karakteristieke kenmerken vertoont — en als zodanig gelden vooral het in vergelijking met alle andere dieren relatief zeer grote hersenvolume en de mogehjkheid tot het spreken van een taal — kan de vorm en werkingswijze van al zijn organen worden begrepen als afgeleid uit de organen van gewervelde dieren, die de mens met andere nog bestaande gewervelde dieren als gemeenschappelijke voorouder heeft gehad. Dit geldt ook voor de organen, die in eerste instantie betrokken zijn bij het tot stand komen van gedrag: de spieren, de zintuigen, het zenuwstelsel en de endocrine klieren. Op deze grond moeten we verwachten, dat de bovengeschetste structuur van gedrag van dieren ook voor de mens moet opgaan. Dat deze structuur gemakkelijker bij dieren te onderkennen valt dan bij de mens is begrijpelijk. De grote ontwikkeling van de hersenen maakt het toebedelen van een relatief belangrijkere taak aan het leer- en combinatievermogen mogelijk. We moeten echter verwachten, dat dit vermogen toch onder de programmering van de genen is blijven staan, ook al zijn dan wellicht bij de mens meer vrijheden mogelijk. Deze gedachte wordt bevestigd door tal van psychologische en psychiatrische onderzoekingen, die wijzen op een door de genen gecodeerde basisstructuur van het gedrag. De individuele, denkende mens is echter sterk geneigd de vrijheid van zijn wil te overschatten, waarbij de wens ongetwijfeld de vader van de gedachte is.

De complexiteit van het menselijk denken maakt een studie van de basale structuren van het gedrag bij de mens zeer moeilijk. Gaan we er echter van uit dat, tengevolge van het evolutieproces, juist deze basale structuren veel overeenstemming met die van dieren moeten vertonen, dan krijgt gedragsonderzoek aan dieren — en vooral het experimentele aspect ervan — betekenis voor het onderzoek van het gedrag van de mens. Onderzoek aan de mens met ethologische methoden is nog maar zeer weinig verricht. Toch zijn wel reeds een aantal aanwijzingen verkregen, dat verscheidene van de in het bovenstaande voor dieren genoemde verschijnselen waarschijnlijk ook bij de mens aanwezig zijn. Vergelijkt men b.v. het gedrag van de mens met dat van de chimpansee dan blijken verschillende motorische gedragspatronen, zoals b.v. het geven van een hand, kussen en het beschermend leggen van een hand op het hoofd van een kind bij beide soorten in op-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 182

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's