1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 60
40
ONHEILSVERWACHTING
bepaalde persoonlijkheid, waardoor de eersten de laatste in horigheid geloven en er in feite groepsvorming ontstaat. We denken hierbij aan Lou de Palingboer, om een voorbeeld uit het recente verleden te noemen, die kans gezien heeft een groep gelovigen rondom zich te verzamelen. Na de dood van een z.g. onsterfelijke kan de groep blijven bestaan met behulp van allerlei justificaties. Met name waanachtige (paranoïde), depressieve en degeneratieve ideeën kunnen gemduceerd worden. We zien b.v. dat mensen, die van huis uit niet depressief zijn, toch door een depressieve persoonlijkheid geïnduceerd kunnen worden en zijn denkbeelden overnemen. Het is wel zeker dat in bepaalde gemeenschappen met een depressief gekleurde religiositeit, lijders aan een ziekelijke vitale depressie deze gezindheid, zij het in een besloten milieu, af en toe weer kunnen opladen. Dat achterdocht en wantrouwen, kortom een paranoïde instelling, geïnduceerd worden, ligt voor de hand. We vinden dit o.a. terug in het sectewezen met zijn ethisch dualisme, waarbij de verhouding t.o.v. de in-group positief is, en die ten opzichte van de outgroup negatief-aggressief. Dit voert tot exclusiviteit en isolationisme van een groep, een soort groeps-autisme en een egelstelling. Degeneratieve, religieus gekleurde belevingen hebben eveneens een sterke suggestieve invloed gehad (het zien van verschijningen, religieuze waanachtige invallen, enz.). We komen zo tot het inzicht dat de onheilsverwachting zowel persoonlijk, maatschappelijk, dan wel religieus gekleurd kan zijn. Het element der ellende kan een te zwaar accent krijgen, de sectarische groepsafweer kan te sterk overwegen, of de toekomstverwachting (de nieuwe hemel of de nieuwe aarde) staat te centraal. Het is niet gemakkelijk in alle opzichten het juiste evenwicht aan te geven. Het is mijn overtuiging, dat de psychiater met zijn kennis een belangrijke bijdrage kan leveren tot het verkrijgen van een dieper inzicht in allerlei maatschappelijke en religieuze structuren. Hij mag daarbij niet hypercritisch zijn, doch begrijpend en ruimdenkend, waarbij hij ruimte open laat voor allerlei varianten. Elke psychiater moet tot op zekere hoogte een wetenschappelijk verantwoorde non-conformist zijn, die afwijkende patronen ziet tegen een maatschappelijke of culturele achtergrond en omgekeerd. Noodzaak van evenwicht tussen openheid en beslotenheid We komen thans nog kort terug op de experimentele situatie van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's