1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 184
144
GEDRAGSONDERZOEK AAN DIEREN
markt (Packard, 1958). Kenmerken met een hoge waarde kunnen bij de mens als symbool worden gebruikt en zo worden teruggevonden bij rituelen en in droombeelden (Freeman Sharpe, 1961). Er zijn aanwijzingen, dat het herkennen van een menselijk gezicht door een baby zich geleidelijk volgens een in de genen vastgelegd programma ontwikkelt. Ervaringen met de personen, die het kind daarbij te zien krijgt worden dan op systematische wijze opgebouwd. Eerst ontwikkelt zich etappegewijs het beeld van een menselijk gezicht; te beginnen bij de ogen, daarna voorhoofd, neus, mond, oren, hals (Ahrens, 1954). Pas na 8 maanden wordt het individuele gezicht van een bepaalde persoon geleerd, in de regel uiteraard dat van de moeder. Ook het optreden van de lach — een zeer belangrijk patroon in de sociale communicatie — is aan sleutelkenmerken gebonden, waaronder een breed uitgetrokken open mond en ogen die wat verbreed lijken door plooien in de hoeken, een belangrijke rol spelen (Schmidt, 1957). Het onderzoek naar de vragen, hoeveel van de specifieke waardering voor bepaalde kenmerken, bij de mens reeds in de genen is gecodeerd en hoeveel door leerprocessen wordt verkregen, is natuiurlijk uitermate moeilijk omdat het ook hier weer ethisch niet verantwoord is aan een kind experimentele ervaring te onthouden, die het onder normale omstandigheden zou hebben opgedaan. Dit soort proeven is echter trouwens ook bij dieren om tal van praktische redenen moeilijk (o.a. omdat zij gevoerd moeten worden en steeds zichzelf kunnen waarnemen). Met het verschijnsel van voorkeur voor bepaalde patronen van prikkels boven andere hebben we het gebied van de aesthetica bereikt. Rensch (1958) heeft aangetoond, dat verschillende diersoorten een spontane voorkeur voor regelmatige figuren hebben. Mensapen kunnen tekenen en vertonen daarbij dezelfde ontwikkelingsstadia als kinderen tot aan het derde of vierde jaar (Morris, 1962). Vele dieren en de mens raken gefascineerd door ringvormige figuren (oogvlekken). Beide gebruiken ze zulke figuren voor hun verdediging; een aantal rupsen en vlinders vertonen plotseling zulke vlekken als ze door een vogel worden aangevallen (Wickler, 1968) en vele vissers plegen de boeg van hun schip van een dergelijke vlek te voorzien tot afweer van boze machten. Wij zijn er tegenwoordig van overtuigd, dat de vorm, het mechanisme van de organen en het gedrag van elke diersoort in de loop van de evolutie in hoge mate zijn aangepast aan de speciale om-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's