Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 217

3 minuten leestijd

W. A. VAN ES

173

dodenbestel: crematie maakt plaats voor overwegend inhumatie. Men moet meer dan 1000 jaar in de geschiedenis teruggaan om zich in onze streken een soortgelijke, zij het in tegenovergestelde richting verlopende wijziging te zien voltrekken: in de Bronstijd verdringt crematie de voordien gebruikelijke begraving. Wij moeten ons hier wel realiseren, dat een dergelijke wijziging in dodenbestel op de archeoloog een diepe indruk maakt. Graven vormen immers een zeer belangrijk bestanddeel van zijn materiaal en gefascineerd zal hij tl achten de achtergronden van een in zijn waardenschaal zo hoog genoteerd verschijnsel te doorgronden. Voor de Bronstijd is dat moeilijk, maar het ligt voor de hand dat men het gaan overheersen van begraving in de laat-Romeinse tijd op rekening van de opmars van het christendom heeft gezet. Men gaat er daarbij vanuit, dat begraving inherent is aan de christelijke leer; beschouwt de uitbreiding van deze religie als een gebeurtenis die op alle terreinen des levens terstond consequenties had; legt sterk de nadruk op het antithetische in het christendom, en de conclusie ligt inderdaad voor de hand. Deze redenering is echter deels onjuist, deels te simplistisch. Van Doorselaer heeft het fenomeen onlangs, gedeeltelijk in navolging van Nierhaus, bestudeerd en op briljante wijze geanalyseerd, is Het christendom was oorspronkelijk op het punt van de begrafenisgebruiken zeer tolerant; het sloot zich bij de plaatselijke zeden aan. In het eerste-eeuwse Rome was crematie algemeen gebruikelijk, ook in de kringen van de vroegste christenen. De oostelijke delen van het rijk praktizeerden echter de inhumatie en het gaan overwegen van deze vorm van dodenbestel te Rome en in de westelijke rijksdelen is voornamelijk het gevolg van de steeds toenemende oriëntalisering van het gehele imperium. Van deze oriëntalisering is de uitbreiding van de christelijke religie slechts één van de vele facetten. Het gaan overheersen van de inhumatie weerspiegelt dus geen specifiek christelijke invloed. Het was een langzaam proces, dat in de tweede eeuw begon en in de derde eeuw voltooid is. Wanneer de begraving gemeengoed geworden is, wordt dit gebruik door interpretatio christiana binnen de sfeer van de kerk gebracht. Het moment, waarop dit geschiedde, is niet precies vast te stellen, maar in de vierde eeuw, als het christendom bij ons voor het eerst wortel schiet, zullen de gelovigen wel niet meer gecremeerd zijn. Inhumatie was voor hen echter eerder een teken van romanitas dan van christendom; vele nietchristenen in hun omgeving werden immers ook begraven. Wij schieten overigens met dit alles voor ons doel heel weinig op: een vierde-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 217

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's