Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 53

2 minuten leestijd

F. J. TOLSMA

33

nieuwe activiteiten, afhankelijk van de instelling t.o.v. de bestaande toestand. Het is duidelijk, dat er tussen de productieve en improductieve vorm vloeiende overgangen zijn en dat de situatie niet steeds op gelijke wijze zal worden gewaardeerd. We hoeven slechts te denken aan de wijze waarop in kerkelijke kringen een reformatie wordt beoordeeld. Aan de onheilsverwachting t.a.v. het bestaande ligt in elk geval een vertrouwenscrisis ten grondslag, die zowel irreël kan zijn, dan wel reële wortels kan hebben. Op welke wijze kan nu de onheilsverwachting geprovoceerd worden? Dit kan op verschillende manieren gebeuren. Wat het persoonlijk leven betreft, kan hij nauw samenhangen met angst, met schuldgevoelens en een strafbehoefte, kortom met neurotische mechanismen. Zij kan samenhangen met het onheil wat men in het leven zelf ervaren heeft, b.v. bij langdurige ziekte, met name in critische levensfasen, zoals de puberteit, adolescentie of de involutie. Paniek kan ook geïnduceerd worden. Ik denk hierbij aan ouders, die bang voor onweer zijn en hun vrees op hun kinderen overbrengen. Het zijn zo allerlei negatieve ervaringen, of suggesties, met name onzekerheidselementen in de opvoeding, multiple frustraties, in welk vlak dan ook, die een stempel op het leven van de mens kunnen drukken, die hem conditioneren tot hypochondrie of tot maatschappelijke-, politieke- of religieuze onheilsverwachtingen. In al deze gevallen is sprake van neurotiserende invloeden. We geven hiervan het volgende voorbeeld: Het betreft een thans 52-jarige man, die 5 jaar geleden onder behandeling kwam wegens alcoholmisbruik; hij verstopte voorraden sterke drank in de schuur onder het stro en op andere geheime bergplaatsen. Patiënt heeft, sinds hij onder behandeling kwam, geen druppel alcohol meer gedronken, doch dit doet in dit verband niet zo veel ter zake. Hij komt uit een armoedig gezin en is de jongste van 8 kinderen. Zijn jeugd werd beheerst door negatieve herinneringen. Moeder was hartpatiënte, ze klaagde steeds over benauwdheid, de vader was eveneens ziekelijk. Als jongen van 14 jaar (d.w.z. in de beginnende puberteit) sliep hij 's nachts met één touw vastgebonden aan de moeder, met een ander aan de vader. Als één van beide ouders hulp nodig had trokken ze aan het touw, zodat patiënt deze hulp kon bieden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 53

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's