1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 55
F. J. TOLSMA
35
de normale onheilsverwachting af te grenzen van de pathologische. Wat de normale onheilsverwachting betreft kunnen we uitgaan van de onzekere mens, die zich bedreigd voelt vanuit de buitenwereld, deze bedreiging kan reel zijn en voeren tot productieve afweermiddelen. Is iemand b.v. bang voor onweer, terwijl er nog geen sprake is van beveiligingsmaatregelen, dan kunnen deze aangebracht worden in de vorm van bliksemafleiders. Is er voldoende beveiliging, dan is het bang-zijn, onder normale omstandigheden, verdwenen. Blijft de bangheid, ondanks de beveiligingsmaatregelen, bestaan, dan spreken we van een neurotisch bang-zijn, een fobische neurose. De pathologische onheilsverwachting nu kunnen we typeren aan de hand van bepaalde psychiatrische syndromen. We maakten reeds onderscheid tussen de neurotische en de psychotische vorm. Bij neurotische angst is sprake van een vrees voor de toekomst, welke samenhangt met negatieve ervaringen in de jeugd en de critische levensfasen. We kunnen hier beter spreken van bang-zijn. Vanuit een conditionering b.v. in de jeugd kan men psychisch-allergisch staan t.o.v. de toekomst. In het psychotische vlak onderscheiden we de volgende typen: I. De depressieve onheilsvoorspeller. De lijder aan een vitaaldepressief syndroom ontwikkelt nogal eens denkbeelden nauw met zijn toekomst verweven, die somber gekleurd zijn. Deze kunnen betrekking hebben op het lichaam, iemand heeft het vertrouwen, in zijn lichaam verloren, de hypochondrie. De waan kan liggen in het vlak van geld en bezit, de patient denkt dat hij arm zal worden. De waan kan ook een godsdienstige inhoud hebben. De patient meent, dat hij voor eeuwig verloren is of de zonde tegen de Heilige Geest heeft bedreven. De depressie gaat dikwijls met angstsensaties gepaard. Positieve elementen, zoals hoop, zijn bij de diepe vormen afwezig. De hoop is een graadmeter voor de diepte van de depressie. De toekomst is somber, dreigend en zwart gekleurd. Er bestaat een complete vertrouwenscrisis. Bij lijders aan een cyclothyme psychose ziet men hoe belangrijk de stemming is voor het constitueren van het wereldbeeld. De manische patiƫnt is high, ziet geen bezwaren, alles weegt licht, een manische toestand kan geleidelijk via allerlei gradaties overgaan in een normale optimistische visie en via deze opnieuw in allerlei gradaties naar een diepe depressie. Men vindt vloeiende overgangen van rose naar zwart, afhankelijk van de grondstemming. In dit verband wil ik er op wijzen, dat de visie van Rumke (6),
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's