1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 236
192
GRAFRITUEEL EN KERSTENING
21 Ypey (1959) 107. 22 J. J. M. Timmers, Twee vroege grafschriften uit de pandtum der Maastrichtse St. Servaas, Nieuws-Bull KNOB 8 (1955) kol. 77-84, spec. kol. 79-80 23 B. H. M. Vlekke, St Servatius, de eerste Nederlandse bisschop m historie en legende (Maastricht 1935) speciaal Stelling XI; Timmers (1955) kol. 82-4; A. Verbeek, Spuren der fruhen Bisschofskirchen m Tongern und Maastricht, Bonner Jahrbucher 158 (1958) 359-60. 24 Greg, van Tours, Liber m Gloria Confessorum, 71. Stafbouw: cf. W. Zimmermann, Ecclesia lignea et li gneis tabulis fabricata, Bonner Jahrbucher 158 (1958) 414-53. 25 R. Pirling, Das romisch-frankische Graberfeld von Krefeld-Gellep (Berlin 1966) 1, 17. 26 Roosens, Die Kunde (1967) 89-109 27 Werner m: Breuer Roosens (1957) 299-309. 28 Bergeijk en Meerveldhoven: Ypey, Ber. BOB (1959) 101, 108. Obbicht: H. J. G. A. J. Beckers, Voorgeschiedenis van ZuidLimburg (Maastricht 1940) 320-37. Het was slechts m enkele gevallen mogelijk de grafrichting aan de hand van de skeletresten of de Iiggmg van de grafgiften met zekerheid vast te stellen: deze was, waar controleerbaar, W-O. In de overige gevallen is behalve deze oriëntatie ook de O-W richting mogelijk. 29 W. C. Braat, Le cimetière mérovmgien de Rothem, commune de Meerssen, Oudheidk. Med. Rijksmus. v. Oudh. Leiden 37 (1956) 68-81. 30 Alphen A. Roes, De Merovmgische begraafplaats van Alphen (N.Br ), (Eindhoven 1955); recensie- H. Roosens, Brabants Heem 7 (1955) 142-5; Stem- H. J. G. A. J. Beckers (1940) 298-320. 31 W. Glasbergen, Het rijengraf veld te Broekeneind bij Hoogeloon (N.-Br.) (Eindhoven 1955). 32 Cf. bijv de in het naburige Gasteren m een bronstijd-tumulus ontdekte Merovmgische graven: G. Beex, Brabants Heem 6 (1954) 57-65. 33 Roes (1955) 6. 34 W. A. van Es, Het rijengrafveld van Wagenmgen, Palaeohistona 10 (1964) spec. 303-4, noot 118. 35 K. Weidemann, Die fruhe Christianisierung zwischen Schelde und Elbe im Spiegel der Grabsitten des 7. bis 9 Jahrhunderts, Neue Ausgrabungen und Forschungen m Niedersachsen 3 (1966) 198-9. Zijn datering van deze crematiegravcn m de late 7de en 8ste eeuw is zeker veel te laat. 36 Lot, (1940) 265 37 Capitulare van Paberborn uit 785. 38 K. Bohner, Die frankischen Graber von Orsoy, Kreis Mors, Bonner Jahrbucher 149 (1949) 195-6. 39 Reinecke, (1925) 103-4. 40 Cf. Pirlmg (1967) 230-7. 41 P. Glazema, Het kerkhof te Gemonde, Noord-Brabant, Ber. ROB 5 (1954) 84. 42 Utrecht C W. Vollgraff G van Hoorn, Opgravingen op het Domplein te Utrecht 3 (Haarlem 1936) 80-7 De m een kuil gevonden kogelpotscherven en deels gecalcmeerde menselijke skeletresten zijn nog geen absoluut zeker bewijs dat m dit graf veld ook crematiegraven voorkwamen, al blijft dit mogelijk. Dorestat- L J. F. Janssen, Oudheidkundige verhandelingen en Mededehngen 3 (Arnhem 1859) 28-46. J. H. Holwerda, Opgravingen van Dorestad, Oudheidk. Med. Rijksmus. v. Oudh. Leiden 11 (1930) 32-96. ' ' i.) A. E. van Gifen, De Romeinse Castella in de dorpsheuvel te Valken-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's