1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 220
176
GRAFRITUEEL EN KERSTENING
Grafgiften zijn niet per definitie onchristelijk. In vele gevallen vertonen zij zelfs christelijke symbolen, zoals een kruis of het Christusmonogram. Men spreekt dan graag van christelijke bijgaven en sommigen zien er een poging in van de kerk om het gebruik van grafgiften te kerstenen. Het bewijs van deze laatste theorie is moeilijk te leveren, maar wel vormen de bijgaven met dergelijke voorstellingen het beste archeologische criterium om een individueel graf als christelijk te herkennen. Arnegunde droeg bij haar leven broches, die met een kruis versierd waren, en de archeoloog die uit het voorkomen van deze broches in haar sarcofaag afleidt, dat hij met het graf van een christin te doen heeft, vergist zich dit keer niet; dat laat zich in dit speciale geval aan de hand van de schriftelijke overlevering controleren. Helaas is echter ook dit criterium niet volledig waterdicht. Twee graven uit het vijfde-eeuwse grafveld van Haillot, niet ver van Namen, dat als een typisch Frankisch grafveld uit de periode van vóór de bekering van Clovis beschouwd wordt, bevatten een glazen schaaltje met op de bodem een Christus-monogram (graven VII en XIV); graf XII leverde een terra sigillata schaal, versierd met ingestempelde christelijke motieven (duif, druiventros, christus-monogram, kruis). 20 Kommen met dit ornament zijn tussen 425 en 450 te Chatel in het Argonnengebied geproduceerd. Gelukkig voor de fabrikanten waren de christelijke symbolen voor heidenen geen bezwaar om deze kommen in leven en dood te gebruiken; zij vonden zelfs in Friesland, in de terpnederzettingen van Bayum, Dronrijp en Ferwerd (hier is er een als asurn gebruikt!), aftrek. Dat was dan wel in de vijfde eeuw, maar het valt moeilijk in te zien, waarom het in de vierde eeuw anders geweest moet zijn. Voor de archeoloog is het gesignaleerde feit minder prettig, omdat één van zijn beste kenmerken van christendom hiermee gedeeltelijk ontkracht is. Maken wij, aan het einde van de Romeinse tijd gekomen, de balans op, dan moeten wij vaststellen, dat de archeoloog voor de voorafgaande periode (nog?) geen betrouwbare criteria bezit om een individueel graf als een christelijke bijzetting te kunnen bestempelen. Begraving in plaats van crematie, W-O oriëntatie, het ontbreken van grafgiften of juist het voorkomen van bijgaven, zelfs al vertonen die bijgaven sporen van christelijke invloed, al deze kenmerken vormen noch afzonderlijk, noch in combinatie waterdichte argumenten. Gevallen als dat van Arnegunde of de te Trier in situ gevonden Romeinse sarcofagen met christelijke opschriften, gevallen dus waar schriftelijke gegevens te hulp komen, zijn grote uitzonderingen en ontbreken
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's