1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 216
172
GRAFRITUEEL EN KERSTENING
van het zuidelijk deel van ons land onder christelijke invloed gebracht werd: in de vierde eeuw en dan, eigenlijk van voren af aan in de zevende en het begin van de achtste eeuw. ^ Wat weten wij nu van het grafritueel in zuidelijk Nederland gedurende het betreffende tijdvak? Zeer weinig, en dat weinige komt op het volgende neer. Grafvelden, waarvan de structuur althans enigermate bekend is, zijn gering in aantal: Maastricht (St.-Servaas), Obbicht, Rothem en Stein in Limburg; in Noord-Brabant Alphen, Bergeijk, Hoogeloon, Meerveldhoven; en verder Nijmegen, Utrecht en Wijk bij Duurstede, lo Het aantal losse vondsten is wat groter, maar deze kunnen aan de oplossing van ons probleem niet bijdragen. Enkele van bovengenoemde grafvelden zijn bovendien eerst in recente tijd opgegraven en nog niet of slechts voorlopig gepubliceerd: Bergeijk, Maastricht, Meerveldhoven, Nijmegen. De grafvelden van Maastricht (St.-Servaas) en Nijmegen beginnen in de laat-Romeinse tijd: respectievelijk de derde en vierde eeuw. Te Nijmegen komen overwegend inhumatiegraven voor met daarnaast enkele crematies; het tot op heden onderzochte deel van de begraafplaats onder het pandhof van de St.-Servaas heeft slechts inhumaties opgeleverd. Het type waartoe de Nijmeegse brandgraven behoren, kan aan de hand van de voorlopige publikaties niet worden vastgesteld. Onder de inhumatiegraven schijnen hier drie richtingen vertegenwoordigd te zijn: W-O, O-W en N-Z met vaak aanzienlijke afwijkingen, n Voor zover bekend, komt de Z-N richting niet voor. In alle oriëntatiegroepen zijn er graven met en zonder grafgiften. De grafgiften vallen uiteen in accessoires van de kleding (fibulae en gordelgarnituren bijvoorbeeld) en „echte" bijgaven: wapens, Charonspenningen en serviesgoed, waarin soms nog de resten van de teerkost voor de reis naar het hiernamaals aanwezig waren. 12 DQ derde- en vierde-eeuwse inhumatiegraven van Maastricht zijn alle W-O gericht en bezitten (deels) bijdragen waaronder aardewerk en glazen, maar geen wapens of sieraden. Hoewel de crematieritus, gezien de Nijmeegse brandgraven, aan het einde van de Romeinse tijd niet geheel verdwenen is - in het onderzochte deel van het Maastrichtse grafveld zijn geen brandgraven gevonden, maar zij kunnen elders in dit grafveld voorkomen - overweegt toch heel duidelijk de zede van het begraven. In dit opzicht zijn de beide begraafplaatsen typische uitingen van hun tijd. In de laat-Romeinse periode voltrekt zich namelijk over grote gebieden in het westelijk deel van het rijk een belangrijke verandering in het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's