1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 177
G. P. BAERENDS
137
Erbkoordination, het groepsverband tussen de verschillende Erbkoordinationen, en het waarderingssysteem voor de uitwendige prikkels die een bepaalde reactie opwekken, in een bepaald individu tot stand komen. Ontwikkelen zij zich uitsluitend door de activiteit van de overdragers van de erfelijke eigenschappen, de genen, of speelt ervaring, dus het optreden van leerprocessen, eveneens een rol? Het onderzoek over deze vraag is nog maar pas begonnen. De ethologen zijn lange tijd sterk onder de indruk geweest van de erfelijke factoren bij het optreden van gedrag en de behavioristen waren sterk geneigd alles aan leerprocessen toe te schrijven en vaak zelfs een erfelijke aanleg te ontkennen. Intensieve kontakten tussen beide groepen in de laatste 15 jaren hebben echter velen de ogen geopend voor het feit, dat codering in de genen en leerprocessen (waarvan het verloop vaak ook weer door de genen wordt geregeld) in hoge mate plegen samen te gaan (Kruijt, 1969). Een zeer fraai voorbeeld hiervan is het ontstaan van de normale vinkenzang. Dit is een zeer stereotiepe gedragsvorm, die echter alleen tot stand komt, wanneer gedurende een door genetische codering tot een bepaalde periode beperkt leren, van een eveneens grotendeels door de genen bepaalde leermeester (een volwassen vink), plaatsvindt. Men kan hier zeggen dat het leerproces door codering in de genen is geprogrammeerd. Ook de kennis welke een dier bezit van objecten uit zijn natuurlijk milieu waarop hij adequaat moet kunnen reageren om in leven te blijven en zich voort te planten, kan door in de genen geprogrammeerde leerprocessen worden verkregen. Zo leren mannelijke eendekuikens de uiterlijke kenmerken van hun toekomstige geslachtspartners kennen gedurende de periode, waarin zij door het wijfje dat hen heeft uitgebroed, worden geleid. Dit leerproces is tot die gevoelige periode beperkt en het resultaat is waarschijnlijk onherroepelijk. Eendekuikens, die niet door een wijfje van de eigen soort zijn opgevoed komen dan nooit tot goede partnerkeuze. Naast dit onomkeerbare „inprenten" bestaan ook zeer reversibele leerprocessen, waarvan de resultaten evensnel worden af- als aangeleerd. Zulke leerprocessen spelen bijvoorbeeld bij het voedselzoeken een rol; zij maken een snelle aanpassing aan periodieke wisselingen in het beschikbare voedsel mogelijk. In nog maar enkele gevallen heeft men door modelproeven zoals boven werden beschreven, getracht om de waarde te bepalen van verschillende kenmerken in een situatie, die uitsluitend door een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's