1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 269
G. A. LINDEBOOM
217
requisieten te zijn voor een ten dezen vruchtbare, gerichte aandacht. Juist zoals thans de nieuwe groei een nieuwe impuls aan de ethische bezinning geeft, zo gaf de eerste ontwikkeling der geneeskunde de vroegste stoot tot het zoeken naar omschrijvingen en bepalingen. Het blijft een wonder van de Helleense geest, dat de Griekse geneeskun.'^t, nog in haar prilste jeugd van beginnend zelfstandig onderzoek en eigen waarneming, zedelijke richtlijnen voor het gedrag van de geneesheer wist te onderkennen en weer te geven in een plechtige, eerbiedwaardige formule, die meer weerstand heeft weten te bieden aan de tand des tijds dan menige op rots van bazalt gebouwde vesting. Deze eed van Hippocrates, die waarschijnlijk ouder is dan de grondlegger onzer westerse geneeskunde, en wellicht ontstaan is in de kringen der Pythagoreeën, is van onberekenbare invloed geweest. Hij moge zijn ontstaan mede te danken hebben aan de stadstatelijke structuur van Griekenland, hij moge enkele eigentijdse trekken hebben, die niet zonder meer naar de verhoudingen van onze tijd zijn over te brengen, het blijft waar, dat hij gedurende enige millenniën van dominerende invloed is geweest voor de handhaving van een aanvaardbaar zedelijk peil van het professionele gedrag der artsen. Op de directieven van dit handvest konden zich aanhangers van verschillende moralen veelszins verenigen, hetzij ze van een autonome dan wel van een heterogene, van een humanistische dan wel een Christelijke fundering der ethiek uitgingen. Het diepere beginsel dat aan de eed ten grondslag ligt, is vooral de eerbied voor het leven van de mens, ook van de vrucht in de moederschoot. Daarnaast speelt de bescherming van de kunst en het aanzien van de medische stand een belangrijke rol 2), Men weet dat deze waarden Hippocrates zo zwaar wogen, dat hij zijn leerlingen met het oog daarop aanried geen ongeneeslijk zieken te behandelen, wijl daardoor de kunst in discrediet zou geraken. Wel is van hem ook het woord: waar liefde is tot de mensheid, is ook liefde tot de kunst, maar de Griekse agapè was geheel verschillend van de latere Christelijke caritas, die zich juist over het meest verlorene neerboog. Het was met het oog op die grondslag, dat Jean Gosset sprak van een „si miserable et piètre serment" 3), „een zo erbarmelijke en povere -) Cf. echter D. Schumacher: Die Anfange abendlandischer Medizin in der Griechischen Antike. Stuttgart 1965 (Urban-Bücher) (p. 152). 2) Jean Gosset: L'enseignement clinique et la recherche en chirurgie. Médecine de France No. 108 (1959), pp. 3-7.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's