1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 266
214
DE MEDISCHE ETHIEK IN DE BRANDING
schillende factoren aan te wijzen, die in dit opzicht van grotere of kleinere betekenis moeten worden geacht. Allereerst zijn daar de verschrikkingen van de laatste wereldoorlog geweest, die het gemoedsleven van de Europese mensheid zo diep hebben geschokt en ook de gelederen der artsen niet onberoerd hebben gelaten. Hoevelen hunner zijn, soms op het onverwachts, geplaatst voor buitengewone situaties met de zwaarste ethische implicaties — situaties, waarop ze niet waren voorbereid en waarin ze hun gedrag niet rustig konden afleiden uit sinds eeuwen overgeleverde voorschriften, doch, zonder tijd voor bezinning, moesten handelen naar de stem van hun geweten en de ingeving van hun hart. Wanneer bij voorbeeld de opgejaagde Jood of verzetsman, die het vangnet van de bezetter over zich heen voelde vallen, om het middel verzocht om zich in geval van uiterste nood aan martelingen te kunnen onttrekken, waarin misschien afgeperste bekentenissen het leven van velen in groot gevaar zouden brengen — geldt dan ook voor die situatie het oude, in de Hippocratische eed bezworen, verbod aan niemand, ook niet op zijn verzoek, vergif te verschaffen? Hoe is — men denke alleen maar aan de geneeeskundige verklaringen — duizendvoudig een gedragslijn gevolgd die in normale tijden ethisch ontoelaatbaar zou zijn geacht. Er zijn in die vijf oorlogsjaren door artsen in Duitsland ook op grote schaal handelingen gepleegd, zó in strijd met de allereerste beginselen van een medische ethiek, dat men zich verbijsterd afvraagt hoe het ooit zo ver kon komen. Het lijkt op het eerste horen misschien wat ver gezocht — maar van groter belang dan men wellicht zou vermoeden is waarschijnlijk wel geweest de opvatting van de geneeskunde als een natuurwetenschap, zoals die op het einde der vorige eeuw in een breed front naar voren is gekomen. Bij de grote vorderingen, die de medische wetenschap juist toen begon te maken en bij de destijds vrij algemeen aanvaarde indeling der wetenschappen in natuur- en geesteswetenschappen, scheen het voor de hand te liggen de geneeskunde geheel tot de eerste te rekenen. Het waren immers de methodes en verworvenheden van de natuurwetenschap die zo zeer tot haar groei en bloei hadden geleid. Wat is er eigenlijk in te brengen tegen de beschouwing van de geneeskunde als een soort toegepaste biologie? Afgezien van het feit, dat, ondanks alle biologische verwantschap tussen mens en dier, de overbrenging naar, en toepassing van aan proefdieren verzamelde gegevens en ervaringen op de menselijke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's