Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 73

2 minuten leestijd

WAARHEID EN WERKELIJKHEID*) DOOR

J. B L O K De centrale vragen Als tweede deel van de serie Geloof en Natuurwetenschap verscheen in 1967 het deel over „wijsgerige en ethische aspekten der natuurwetenschap" *). De nauwe samenhang tussen deel I en deel II maakt het wenselijk bij de bespreking van het tweede deel de vraagstelling en het antwoord uit het eerste deel in de herinnering te roepen. De hoofdvraag was daar, of in deze eeuw, gezien de ontwikkeling van de natuurwetenschap, nog plaats was voor het geloof in God de Schepper. Wordt door deze ontwikkeling niet gesuggereerd, dat we leven in een onbezield, onvoorstelbaar, mathematisch formuleerbaar, in zichzelf rustend heelal? Is in dit gesloten heelal nog plaats voor geloof in God, is er nog plaats voor gebed, is er zelfs nog plaats voor verantwoord menselijk handelen? (De Jong I, 6). Scheppingsgeloof en

natuurwetenschap

De Jong en Dippel hebben in het eerste deel („Scheppingsgeloof, natuur en natuurwetenschap") hun uitgangspunt gekozen in Gods scheppingswerk, waaronder zij de totaliteit van het Goddelijk handelen verstaan. Hoewel hieraan verschillende aspekten te onderscheiden zijn is dit werk in wezen één. Het gaat ons begrip te boven; wij kunnen niet verder komen dan beschrijving op grond van zintuiglijke ervaring en waarneming. Uit de ervaringen en waarnemingen halen we door een reduktieproces, de natuurwetenschappelijke methode, de gegevens, die natuurwetenschappelijk „behandelbaar" zijn en vormen daarmee de „physical reality". Naast deze publieke, herhaalbare ervaringen, die behandelbaar bleken, staan echter andere, die unieke informatie bevatten, waaronder Dippel dan rekent ervaringen, waarbij God tot de mens komt. De mens dient met beide te rekenen, hij moet werken „als partner in zijn scheppende werkzaamheid met de unieke informatie in konfrontatie met de publieke ervaring, in navolging van Jezus Christus" (I, 231). *) Dr. C. J. Dippel e.a. Geloof en Natuurwetenschap, deel II, Wijsgerige en Ethische Aspekten der Natuurwetenschap, 's-Gravenhage, Boekencentrum N.V., 1967, 16 x 23/2 crn^, blzz. 356, geb. ƒ27,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 73

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's