Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 233

2 minuten leestijd

W. A. VAN ES

189

waren in bepaalde kringen bijgaven nog gebruikelijk, maar dat zal dan niet lang meer duren. De periode van de kerstening van ons land vindt in de negende eeuw haar afsluiting. Heeft nu de archeoloog aan het beeld dat wij ons van die periode kunnen maken, een duidelijke bijdrage geleverd? Het moet gezegd, dat op de eenvoudige vraag, welke de archeologische kenmerken van het beginnende christendom waren, een eenvoudig antwoord uitgebleven is. Het antwoord blijkt nogal genuanceerd, of wat hetzelfde is, ontwijkend. Dit lijkt erop te wijzen, dat ook ten onzent de archeologie bezig is zich tot een echte wetenschap te ontwikkelen. Wij hebben gezien, dat met de introductie van de christelijke religie in het gebied, dat thans Nederland heet, veel tijd gemoeid is geweest: van de vierde tot in de negende eeuw. Aanvang en verloop van dit proces waren in de verscliillende delen van het land verschillend. Vrijwel nergens verschaft het overigens zo rijk geschakeerde grafritueel uit het betreffende tijdvak duidelijke en betrouwbare indicaties voor het binnendringen van de nieuwe religie. Alleen de noord-oostelijke zandgronden vormen in dit opzicht een uitzondering. Voor de goede verstaander is het overbodig hieraan toe te voegen, dat de archeologie de aanwezigheid van het christendom in onze streken gedurende bovengenoemde periode niet ontkent; haar bronnen laten slechts niet toe het te herkennen. In de gevallen waarin in dit opzicht wel zekerheid bestaat, zoals bij het grafveld van St.Servaas of bij een individueel graf als dat van Amegunde, is deze zekerheid te danken aan andere, niet zuiver archeologische gegevens. Dit resultaat is niet negatief. Immers, op deze wijze wordt ook van archeologische zijde nog eens aangetoond, hoezeer het christendom is opgenomen in de ontwikkeling van de menselijke beschaving, waardoor het wordt beïnvloed en waarvan het tegelijkertijd de richting mede bepaalt. De houding van het christendom tegenover het heidendom, voorzover die uit het vroeg-middeleeuwse grafritueel blijkt, wordt gekarakteriseerd door aanpassing meer dan door antithese. Wij hebben ons vanmiddag bewogen in het grensgebied tussen prehistorie en historie, dat met de term protohistorie wordt aangeduid. Het is wel duidelijk geworden dat de protohistorie ten onzent nog overwegend prehistorische trekken vertoont in het ontbreken van de menselijke individualiteit en in het versluierd blijven van de geest

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 233

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's