1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 176
136
GEDRAGSONDERZOEK AAN DIEREN
allerlei wijzen stelselmatig te veranderen, zodat men een inzicht krijgt in hoeverre de verschillende eigenschappen, die men aan die situatie kan onderscheiden, bij het activatieproces betrokken zijn, en in welke mate. De natuurlijke situatie wordt daarbij vaak vervangen door een model, om het veranderen van de kenmerken te vergemakkelijken. Zo kan men bijvoorbeeld met op tal van wijzen gevarieerde houten modellen van eieren aantonen, dat een zilvermeeuw het object waarop hij moet gaan broeden vooral herkent aan de kleur van de eischaal en aan het vlekkenpatroon (dat voor de camouflage van de eieren zo belangrijk is), maar dat voor dit herkennen vorm nauwelijks een rol speelt, hoewel de meeuwen uitstekend vormen kunnen waarnemen. Wat de grootte van het ei betreft stelt de meeuw geen nauwkeurige eisen, maar waardeert het model des te hoger naarmate het groter is; zelfs nog als het model zo groot is als een struisvogelei (Baerends, 1961). Dit verschijnsel, dat voor het opwekken van een reactie maar enkele kenmerken van de adequate situatie aanwezig behoeven te zijn en dat de waarde van deze kenmerken onderling aanzienlijk kan verschillen, is nu bij tal van dieren aan verschillende reacties waargenomen. We moeten hieruit concluderen, dat zich in de black box van deze dieren een mechanisme bevindt, dat de ingekomen informatie zeeft, waardeert en bovendien deze waardering op de een of andere wijze sommeert en vervolgens het eindresultaat doorgeeft naar het coƶrdinatiemechanisme van de bewegingen. Het ziet er naar uit, dat elke reactie van een dier zijn eigen zeef heeft met zijn eigen waarderingsschaal. Ook al kan een dier een kenmerk goed waarnemen, dan kan toch de waarderingsschaal voor dat kenmerk voor een bepaalde handeling laag zijn. Het gevolg van dit mechanisme is, dat een zeer onvolledige situatie toch een reactie kan opwekken, indien de kenmerken die hoog worden gewaardeerd (de z.g. sleutelkenmerken) op sterke wijze vertegenwoordigd zijn. Het blijkt, dat men zelfs experimenteel de waarde van een kenmerk kan opvoeren tot een niveau, dat hoger is dan ooit door het natuurlijke object wordt bereikt. We kunnen zo supernormale modellen maken (b.v. houten eieren met heldergroene kleur, heel veel contrastrijke vlekken en overdreven afmetingen) die sterker het broedgedrag stimuleren dan de eieren die de meeuw zelf heeft gelegd. De vraag kan nu worden gesteld hoe de stereotiepe vorm van de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's