Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 111

2 minuten leestijd

JOH. BLOK

83

aan zo'n tralie geschiedt alleen in zodanige richtingen dat de lichtstralen uit twee opeenvolgende spleetjes een golflengte of een aantal golflengten in doorlopen afstand verschillen. Het röntgeninterferentiepatroon van een kristal berust op precies dezelfde principes en is alleen wat moeilijker wiskundig te behandelen omdat we hier te maken hebben met een driedimensionale regelmaat. Uit zulk een diffractiepatroon kan men gegevens afleiden omtrent de opbouw van het kristal.

Het was een gedurfde onderneming van Wilkins om deze analysemethode te gebruiken voor DNA. Ten eerste stond hij alleen. De meeste onderzoekers concentreerden zich op het onderzoek van eiwitten, omdat de biochemie grote vorderingen had gemaakt bij het ophelderen van de functie van deze biologisch belangrijke stoffen. Ten tweede was het te voorzien, dat de rangschikking der atomen in DNA heel wat ingewikkelder zou zijn dan die in anorganische kristallen. Ten derde kon men destijds van sommige eiwitten wel kristallen maken, maar niet van DNA. Door zorgvuldig experimenteren wist Wilkins echter preparaten van DNA te vervaardigen, waarin de lange draadvormige moleculen ongeveer evenwijdig lagen. Indien ieder van de draden op zichzelf een kristalachtige regelmaat vertoonde, zou men dan in principe deze regelmaat in het diffractiepatroon terug moeten vinden. Dit bleek inderdaad het geval te zijn. Helaas konden Wilkins en zijn medewerkster Rosalind Franklin niet de kroon op hun werk zetten door de structuur van DNA volkomen op te helderen. Deze volgt namelijk niet rechtstreeks uit het interferentiepatroon, dat wel gegevens, doch niet alle gegevens over de structuur bevat. De Engelse fysicus Crick en de reeds genoemde Amerikaanse bioloog Watson, beiden werkzaam in het Cavendish laboratorium te Cambridge, deden zelf geen experimenten met DNA, waardoor zij minder door zelfkritiek geremd werden. Door speculatie, door literatuurstudie en met gebruikmaking van de gegevens van Wilkins en Franklin konden zij een voorstel doen over de structuur van DNA, dat ook biologisch aantrekkelijk was, omdat hiermee verklaard kon worden, waarom de DNA draden in de cel zo getrouw gecopieerd worden en daarbij de genetische informatie van generatie op generatie vrijwel onveranderd doorgeven. Deze structuur is thans algemeen aanvaard. Wilkins heeft zijn Nobelprijs met Watson en Crick moeten delen. Rosalind Franklin was toen inmiddels overleden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 111

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's