1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 158
122
CHEMISCHE EVOLUTIE
doende nauwkeurig proces is, dan kan er, uitgaande van één nucleïnezuurmolecuul, een ongekend groot aantal identieke moleculen ontstaan. Bovendien, als de replicatie niet voor 100% accuraat is, dan is er ruimte voor de ontwikkeling van mutaties en derhalve voor natuurlijke selectie, waardoor de concentratie van bepaalde stabielere polymeren gaat toenemen. Maar, zo vragen we ons af, hoe zal die replicatie moeten verlopen zonder enzymen. Wel, zegt Orgel, er zijn enkele recente experimentele aanwijzingen dat dat kan (18). Dat is ook zo, maar het is nog maar een pril begin. Over hoe de koppeling met de eiwitsynthese tot stand komt, worden enkele suggesties gedaan zoals de mogelijkheid van specifieke interacties tussen aminozuren en polynucleotiden (17), waarbij stereochemische relaties een belangrijke rol zouden spelen. Dit komt in feite neer op het toekennen van katalytische activiteit aan de polynucleotiden, waar echter nog geen experimentele aanwijzingen voor zijn. Ik dacht dat dit ongeveer de huidige stand van zaken was. Nog een opmerking De hypothese van de chemische evolutie vormt ook de achtergrond van de gedachte dat elders in het heelal leven mogelijk zou kunnen zijn. Immers in de evolutie-theorie is het aardse leven een noodzakelijke consequentie van de vroegere aardse omstandigheden, die allerminst uniek behoeven te zijn. De tak van onderzoek die zich met dit probleem bezighoudt, wordt wel aangeduid met exobiologie en maakt o.a. deel uit van het Amerikaanse programma voor ruimteonderzoek. Het merkwaardige is dat dit onderzoek nog aan moet tonen, dat zijn studieobjecten inderdaad bestaan. Ook opvallend is dat volgens de Amerikaanse bioloog Simpson (18) in zijn in het Nederlands vertaalde boek „Het wereldbeeld van een evolutionist" aan dit onderzoek overwegend wordt deelgenomen door physici en chemici. Het opvallend tekort aan belangstelling van de zijde der biologen verklaart hij door met instemming een collega te citeren, die gezegd heeft: „Natuur- en scheikundigen zijn meer gewend zich ontvankelijk te tonen voor hypothesen, waarvan de onjuistheid niet direct bewezen kan worden, dan de bioloog, die zich genoodzaakt ziet alle factoren voor welker bestaan geen positieve gegevens beschikbaar zijn, buiten beschouwing te laten". Daar kunnen we het natuurlijk al of niet mee eens zijn, in ieder geval is het een chemicus die U dit verhaal verteld heeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's