Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 179

2 minuten leestijd

G. P. BAERENDS

139

van ambivalent gedrag. Zo kunnen b.v. in de mimiek en de lichaamshouding van met elkaar geconfronteerde honden duidelijk gelijktijdig optredende componenten van aanvals- en van vluchtgedrag worden waargenomen. Een tweede verschijnsel is dat een compromis ontstaat in de oriëntatie van de beweging, n.l. noch gericht op de tegenstander, noch weg van de tegenstander, maar ongeveer dwars op beide richtingen. Vaak zoekt het dier dan toch nog naar een object waarop het zijn gedrag (b.v. aanvalsgedrag) kan richten en daarvoor wordt dan dikwijls een inadequaat object genomen. Zo kunnen twee zilvermeeuwen tijdens een gevecht op de grens van hun territoria plotseling wild in een grasbos gaan plukken alsof deze het verenkleed van de tegenstander was. Een derde mogelijkheid is het optreden van gedragingen, die de waarnemer verrassen omdat hij ze functioneel niet in het op handen zijnde gedrag kan begrijpen. Sommige vogels kunnen bijvoorbeeld op het moment dat men een gevecht zou verwachten plotseling poetsbewegingen gaan uitvoeren, andere eetbewegingen en nog weer andere zeer kortstondig de slaaphouding innemen. Dit verschijnsel wordt „oversprong" genoemd. Men vermoedt dat het ontstaat doordat bij een sterk conflict tussen twee elkaar onderdrukkende systemen deze systemen niet slechts hun eigen componenten niet meer kunnen activeren, maar bovendien niet langer meer een onderdrukkende invloed op de overige gedragssystemen kunnen uitoefenen. Aangezien alle systemen steeds een zekere interne activatietoestand hebben en bovendien voor sommige van deze systemen uitwendige stimulerende factoren aanwezig kunnen zijn, zal tijdens zo'n conflict de kans dat één van de overige systemen zich kan uiten, worden vergroot. De bovengenoemde elkaar bedreigende meeuwen verdedigen hun territorium in verband met hun nestbouw. Het nestbouwsysteem is dus reeds in vrij hoge mate geactiveerd. Wanneer zij nu bij het omrichten van de aanval op een graspol hun bek vol gras krijgen, stimuleert dit potentiële nestmateriaal het reeds gedeeltelijk geactiveerde nestbouwsysteem en dit laatste kan nu tijdens een conflict tussen aanval en vlucht even kortstondig tot uiting komen. Als gevolg vertoont de meeuw nestbouwbewegingen, die zeer vaak incompleet zijn (Baerends, 1963, 1965). In eerste instantie zullen de bewegingen die door ambivalentie, door omrichten, of door oversprong ontstaan, geen mededelingsfunctie hebben. Doordat zij echter steeds bij confrontaties tussen individuen optreden bestaat er de mogelijkheid, dat zij in de loop der evolutie geleidelijk aan deze mededelingsfunctie krijgen. Het is duidelijk, dat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 179

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's