Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 196

2 minuten leestijd

156

HET MENSELIJK GEDRAG pluri-causaal. De ervaring heeft geleerd, dat een methodenmonisme voor de psychopathologie volstrekt ontoereikend is, en voorzover nagestreefd, schadelijk is. Het risico van de eclectische instelling is echter, dat op onverantwoorde wijze z.g. „feiten" worden losgemaakt uit hun referentiekader of theoretische context; men vergeet dan, dat een feit slechts feit is binnen een frame of reference. Een gevolg kan zijn dat z.g. feiten verabsoluteerd of geëxtrapoleerd worden, of dat een theoretische hutspot ontstaat.

b. In paradoxale tegenstelling tot de ruimhartige, eclectische instelling zien we vaak een blikvernauwing die kan intreden wanneer een factor gevonden is die met het oog op het ontstaan van een ziekte een belangrijke rol speelt, en waarvan de beïnvloeding tevens een therapie van de ziekte betekent. In dat geval wordt de veel geprezen poly-dimensionaliteit wel eens te veel vergeten, en wordt de betrokken factor beschouwd als de enige determinant in verband met de betrokken ziekte. Tevens zien we dan vaak, dat met het beschikbaarkomen van een therapie het theoretische interesse en de wetenschappelijke bewerking verdwijnt. Een voorbeeld vinden we in het feit, dat sinds het voorhanden zijn van een effectieve anti-biotische preventie en therapie van dementia paralytica, er bijna geen psycho-pathologische studies over deze ziekte meer verschijnen. Het optreden van de beschreven blikvernauwing is niet toevallig. Zij hangt samen met het feit, dat er een ordening is van de gedragsbepalende factoren. Is in zulk een hiërarchische structuur één der factoren met gunstig resultaat te manipuleren, dan concludeert men al te snel, dat dit de enige gedragsbepalende factor is. c. In zijn denken en handelen leeft de psychiater voorzover hij klinisch werkzaam is in een polaire spanning tussen de individuele patiënt en de algemene theorie. Wanneer hij in een individueel geval niet uitkomt met de vigerende theorieën zal hij denken: tant pis pour la theorie, en zal hij trachten op grond van vroegere ervaringen een bestaande theorie te modificeren of een hypothese ad hoc te ontwerpen. Deze misschien merkwaardig schijnende houding vloeit voort uit het feit, dat de psychiater in eerste instantie therapeut is, hij mag zich niet van de patiënt distantiëren

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 196

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's