Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 105

3 minuten leestijd

JOH. BLOK

77

gen met het verschijnsel „virus", het andere slagwoord in de titel van mijn voordracht. Men zegt wel eens dat het virus zich bevindt op de grens van de levende en dode materie en men kan vele uren verdoen met debatteren over de vraag of het virus behoort tot de planten of de dieren of dat het te beschouwen is als een groot chemisch molecuul met voor de levende cel giftige eigenschappen. Ik zal hier niet verder bij stil staan omdat we hier naar mijn mening te doen hebben met een schijnprobleem dat voortkomt uit een filosofische misvatting over wat de natuurwetenschap wèl en wat zij niét pretendeert te doen. In ieder geval kan men zeggen dat een virusdeeltje, als het in de lucht of in een waterig milieu rond zweeft, te beschouwen is als een klompje materie, waarin een hoge mate van ordening wordt gevonden in de rangschikking der atomen. Deze ordening houdt een aantal slapende potenties in, waarvan voorlopig niets blijkt. Het deeltje eet en drinkt niet, vertoont geen stofwisseling en heeft niet de minste neiging zich te delen of met een soortgenoot te paren. Het beweegt wel, doch deze beweging is volkomen passief en wordt veroorzaakt door toevallige botsingen van omringende moleculen. In deze toestand lijkt het virusdeeltje een volkomen onschadelijk en nutteloos produkt van de natuur, gedoemd om na korter of langer tijd uiteen te vallen zonder sporen van zijn bestaan na te laten. De situatie verandert echter snel, zodra het in aanraking komt met een levende cel, die herkend wordt als gastheercel. Wat deze herkenning inhoudt, is thans nog niet precies bekend. In algemene termen kurmen we zeggen, dat zich op het oppervlak van de cel receptormoleculen bevinden met een ordening, die zich aansluit aan de ordening van het virusdeeltje. Het deeltje „past" op de cel als een sleutel op een slot. Het kleeft aan de cel vast. Deze toevallige gebeurtenis wordt dan snel gevolgd door een reeks van allerminst toevallige, verbijsterende processen, waarbij alle slapende potenties van het deeltje tot uiting komen. Bij de beschrijving van de hoofdlijnen, waarlangs deze processen verlopen, beperk ik mij nu tot een bepaalde groep van virussen, namelijk de virussen, die als gastheercel een bacterie uitzoeken. Deze virussen worden bacteriofagen genoemd, hetgeen zoals de klassici onder u reeds zullen hebben begrepen, vertaald kan worden als „bacterie vreters". Inderdaad springt de bacteriofaag niet zachtzinnig met zijn gastheer om. Hij stort om te beginnen zijn inhoud in het inwendige van de bacterie uit, nadat hij op nog niet geheel opgehelderde wijze een gaatje heeft gemaakt in de bacteriewand. De omhulling van

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's

1969 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 105

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1969

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 310 Pagina's